Het is al een tijd geleden dat mensen over stagflatie spraken en er is sindsdien alweer zo’n 25 jaar voorbijgegaan. Want wat is stagflatie eigenlijk en waarom is het nu weer na zo’n lange tijd van toepassing?
De term stagflatie kwam in zwang in de jaren 70, toen de prijzen van huizen, grondstoffen en consumentenproducten enorm omhoog gingen, terwijl de economische groei stagneerde. Tegelijk met de prijsverhogingen volgden ook de lonen. Sindsdien praat men vooral in Keynesiaanse kringen over een loon-prijsspiraal, waarbij zogenoemd de loonsverhogingen de consumentenprijsindex omhoogjoegen.
Ik heb al eens eerder gesproken over het fenomeen inflatie en overduidelijk aangetoond dat de inflatie geen consumentenprijsindex is, maar de expansie van contant geld en krediet. Dit is de eerste fout die onze Keynesiaanse hoogleraren maken. De volgende fout is de schuld van prijsverhogingen aan de loonstijgingen te wijden. Niets is minder waar, want hierbij worden oorzaak en gevolg door elkaar gehaald. De prijzen stijgen niet vanwege de loonontwikkeling, maar omgekeerd, de lonen stijgen als gevolg van prijsstijgingen. Men volgt namelijk in bedrijven en bij de vakbeweging de gemanipuleerde prijsindex uitgegeven door statistici van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Deze nemen een mandje van diverse artikelen en via een gewogen gemiddelde, nota bene door hun zelf bepaald en geven dit als consumentenprijsindex (CPI) aan. U begrijpt wel dat dit een zeer subjectieve benadering is van het bepalen van de prijzen en kan ten prooi vallen aan manipulatie, wat overigens niet uitgesloten is trouwens.
Waar we nu mee te maken hebben zijn enorm gestegen prijzen van grondstoffen en onroerend goed. Dit werkt allemaal door in de prijsontwikkeling voor producenten en consumenten. Bovendien de productie van het ene bedrijf is het halffabrikaat of grondstof van het andere bedrijf. De inflatie die wereldwijd aanwezig is m.b.t. het drukken van geld het expanderen van consumptief krediet heeft gigantische vormen aangenomen. In Nederland alleen al is de monetaire inflatie sinds 1994 tot 2002 met zo’n 7% gegroeid. Met de invoering van de euro is deze inflatie exponentieel gestegen, met zo’n 10% op jaarbasis, aangenomen dat alle 12 centrale banken van de eurozone hun cijfers eerlijk opgeven, met landen als Italië en Griekenland is dit een vraag natuurlijk. Dit betekent dat deze inflatie zijn weg vindt in de prijzencyclus, te beginnen met de grondstoffen, waaronder olie en metalen en in de stijging van aandelen in de jaren 90 en onroerend goed in de jaren 90 en dit decennium.
Waarom hadden wij zo’n ‘fantastische’ economie in de jaren 90, dit was puur en alleen vanwege de kredietexpansie (M3), die zich wereldwijd voordeed. De VS als grootste economie ter wereld had een gemiddelde expansie van 5-6% per jaar. Dit voedde zowel de aandelen- als de onroerendgoedmarkt. De prijzen stegen en het ‘rijkdomsgevoel’ nam toe. Mensen waren bereid om veel meer te consumeren dan anders het geval zou zijn geweest. Dit joeg de economische groei met procenten per jaar omhoog. De importen in VS namen toe, dus ook de Europese landen, Japan, China en de rest van het verre oosten profiteerden mee met deze kunstmatige hausse. Sterker nog al deze landen expandeerden met hun geldgroei vrolijk mee. Hierdoor onstonden grote zeepbellen in de aandelen-, obligatie- en huizenmarkten, waardoor de consumenten dachten dat ze rijker waren dan in werkelijkheid het geval was.
Nu de aandelenmarkt in 2000 in elkaar is gezakt en de huizenmarkt haperingen ondervindt in de jaarlijkse prijsstijging wordt het voor consumenten duidelijk dat ze boven hun stand hebben geleefd. Dat wil zeggen, de consumentenbestedingen nemen af, vanwege dit realiteitsbesef. De monetaire inflatie (M1) gaat rustig door met 10% per jaar, terwijl de lonen stil zijn blijven staan. U begrijpt wel het consumentenschip langzaam maar zeker tot stilstand is gekomen. De overheidslasten nemen wel toe in samenhang met de gigantische inflatie, dus hebben mensen steeds minder te besteden aan bijvoorbeeld extra artikelen. De verkopen stagneren, terwijl de prijsstijgingen almaar omhoog gaan en met name van de dagelijkse benodigdheden, zoals voedsel, transport en energie. In tegenstelling tot de jaren 70 blijft de loonontwikkeling ver achter bij de prijsontwikkeling, zodat vooral de minima hieronder te lijden hebben.
Later volgen ongetwijfeld de middengroepen.
Dus wat we zien is net zoals in de jaren 70 een stagnerende economie met een enorme inflatie, die zich langzaam maar zeker via de grondstoffen richting de producentenprijzen en daarna de consumentenprijzen zal begeven. Dit heeft natuurlijk invloed op de loonontwikkeling, waardoor de arbeidskosten voor het bedrijfsleven behoorlijk toenemen. Deze bedrijven hebben al last van de gestegen grondstoffenkosten en krijgen daar nu tevens de salarisstijgingen bovenop met als resultaat dat de werkloosheid in de nabije toekomst zeer zal toenemen. De renteverhogingen zijn al aan hun opgaande fase bezig en net als 30 jaar geleden is de mogelijkheid zeer aanwezig dat deze ongekende niveau’s zullen bereiken.
Al met al voorspel ik een moeilijke tijd voor mensen met grote schulden, want de renteontwikkeling heeft een negatief effect op het bestedingsvermogen van de gemiddelde schuldenaar vooral voor diegene die de schuld op korte termijn heeft afgesloten via een variabele rente. De aanbeveling is dan ook om de rente op zo’n lang mogelijke termijn over te sluiten tegen het laagste tarief van dit moment. Verder is het aan te raden om de algehele schuld af te dekken met 10% edelmetalen, met name in baar goud en zilver, omdat deze historisch negatief gecorreleerd zijn met de aandelen- en huizenmarkt.









Doorsturen
Printen







Meen je dat nu of is dat paniekzaaierij?