Toen ik een vriend, die zowel christen is als aanhanger van Bô Yin Râ onlangs schreef, dat zowel hij als ik arbeiden in de wijngaard des Heren, ontving ik per ommegaande als reactie, dat het gebruik door mij “van aan kerkelijke terminologie herinnerende woorden ongepast is. “

Dat het in het schijnbaar tolerante Nederland het jaar onzes Heren 2018 nog steeds mogelijk is, commentaar te ontvangen dat als doel heeft, iemands vocabularium te beperken en te beknotten op grond van het feit dat bepaalde uitdrukkingen of aanhalingen ingaan tegen Zijn vermeende wil, is opmerkelijk.

Ware ik theïst, dan zou ik het bepaaldelijk op prijs stellen, bijbeltaal, korantaal, aanhalingen uit de Gita of andere schrifturen die strijden om marktaandeel, te lezen in door mij ontvangen epistels en eveneens aannemen, dat Hem dit welgevallig zou zijn. Betekenen dergelijke aanhalingen immers niet een erkenning van de betreffende schriftuur als cultuurmonument, waaruit ook zij mogen citeren die het licht nog niet gezien hebben en nog niet tot Hem gekomen zijn?

Hugo van Reijen

11 REACTIES

  1. In heel wat kringen, misschien wel in alle kringen, word je gediskwalificeerd door gebruik van bepaalde woorden.

  2. Alle genoemde religies wijzen naar een collectivistisch systeem, ook bekend als staatsrelegie. Het is enkel een kwestie van andere vocabulaires en versierselen.

    Opvallend: “Ongepast” verwijst naar fatsoen. De ervaring leert dat wie onhoudbare stellingen verdedigt zich vaak verschuilt achter fatsoen. Er wordt dan een taboe ingesteld om bepaalde woorden te bezigen, bepaalde onderwerpen aan te kaarten. Anders uitgedrukt een rookgordijn met een air van vermeende superioriteit.

    Zoals Hugo treffend onder woorden brengt, hindert dat het zicht op datgene wat in feite iedereen gemeenschappelijk heeft. Dat is niet een collectief, maar elementaire innerlijke behoeften die collectieven tot nood kunnen maken om de zin van kopstukken te kunnen doordrijven, teneinde een meerderheid tevreden te houden met in feite zinsbegoochelingen.

    Een beetje vorst of keizer zou gezien marktdominantie en tiranniek gedrag de noodtoestand afkondigen en marktgiganten zoals industriëlen, overheidsmachines en religieuze reuzen met de grond gelijk maken ? Want traditioneel gebeurt alles in de Heilige Naam van de vorst of keizer, nietwaar?

    Opvoeding leidt tot zelf-standigheid, giganten en hun tradities leiden naar afhankelijkheid!! Van nature bestaat er geen tolerantie jegens afhankelijkheid, dat is hoogstens een tijdelijke kwestie ter overbrugging. Met een brug naar zelf-standigheid die zo kort als mogelijk is.

  3. Lijkt mij niet meer dan een vlucht bij gebrek aan een inhoudelijk argument in vorm en autoriteit.

  4. Met dit soort vrienden heb je geen vijanden nodig. Lieden als hierboven houd ik altijd op gepaste afstand.

    Dan ben ik wel weer benieuwd naar hoe Jezus zou oordelen over dit soort types als hij weer eens zou komen buurten. “Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt!”…

  5. Je realiseert je blijkbaar niet, waarom je opmerking ongepast is.

    Het is een algemeen probleem. Twee zwarten kunnen in de sociale omgang elkaar volop discrimineren, maar een zwarte en een blanke niet.

    Twee gelovigen kunnen hun gedachtengoed serieus bediscussiëren, of ze kunnen er grapjes over maken. Maar een ongelovige en een gelovige kunnen dat eigenlijk niet, want ze weten nooit van elkaar hoe oprecht de ander is. Een opmerking van de een over de denkwijze van de ander kan dan gemakkelijk als cynisch, belachelijk makend en respectloos worden opgevat.

    Een Jood die zijn hele familie in de gaskamers heeft verloren kan in een woordenwisseling een andere Jood met een vergelijkbare achtergrond toeroepen: “Jammer, dat jij wél bent teruggekomen!”. Dat is hard, maar niet respectloos. Als echter een niet-Jood, zonder die kampachtergrond, hetzelfde zou zeggen dan zouden deze beide Joden zeer beledigd zijn. En terecht.

    Bij gelovigen is er overigens nog wel enige variatie mogelijk. Zo maken de katholieken graag grapjes over hun geloof en moslims duidelijk niet.

    Peter de Jong [9] reageerde op deze reactie.
    hugo van reijen [10] reageerde op deze reactie.

  6. @Peter de Jong [8]:

    Katholiek grapje:

    “Ik was dit jaar voor het eerst van mijn leven op het St. Pietersplein in Rome tijdens de Paasviering. Geweldig! Wat een mensen! En helemaal mooi was toen de Paus naar beneden kwam en zich in zijn draagstoel tussen de mensen over het plein liet vervoeren. Hij kwam mijn richting nog uit ook! En juist toen de draagstoel met de vier dragers mij passeerde verstarde de drager rechtsvoor met een pijnlijk gezicht, terwijl hij naar zijn rug greep. “Meneer, riep hij mij toe, ik kan geen stap meer zetten, ik heb een vreselijke aanval van spit! Kunt u het alstublieft even van mij overnemen?”. Dat deed ik natuurlijk! Wat een eer om daar zo met de Paus te lopen! Plotseling zag ik op de grond een tientje liggen. Ik boog mij voorover om het op te rapen. Opeens zat de Paus op zijn knieën naast mij! Ik zei tegen hem: “Had je het ook zien liggen?”

    ~ Buutredenaar Pierre Knoops (Limburgse katholiek)

    Alleen gepast tussen ongelovigen onderling:

    “Jezus loopt met het zware kruis door de straat naar zijn executie als een toeschouwer hem vraagt: “Jezus, dat is een enorm zwaar kruis en de weg is nog lang. Denk je dat je het gaat halen?” Waarop Jezus stilstaat en zegt: “Tja, ik denk het wel. Maar pin me er niet op vast!”

    ~ Theo Maassen

  7. @Peter de Jong [8]:
    Interessant en helder! Dank voor deze uitleg!!!
    In Suriname is het heel geaccepteerd, dat de een tegen de ander zegt: “Mijn grootvader had jouw grootvader nog aan een touwtje.”
    Als Nederlander kan ik dat daar natuurlijk niet zeggen!

  8. Het gaat niet om zeggen, maar om horen: Iemand kan alleen beledigd worden als die persoon waarde hecht aan een idee. Da’s ouwe troep man, laat je oma thuis! en leef!

Comments are closed.