De volgende hartekreet verscheen in een reactie: “Bepaalde beroepen vakken ambachten, zouden volkomen los behoren te staan van geld, van vergoeding dus, geld corrumpeert alles en helaas bijna iederéén!” Is dit zo?

De reactie verscheen bij een artikel over de gezondheidszorg. Wat gebeurt er als de gezondheidszorg zonder geld gaat functioneren? Zou een ziekenhuis nog kunnen bestaan? Zou het ziekenhuis gratis stroom krijgen, en gratis maaltijden en gratis medicijnen? Gratis operatiekamers?

Zouden artsen en specialisten zich 6 tot 10 jaar laten scholen om vervolgens gedurende hun arbeidzame leven het zonder geldelijke vergoeding moeten stellen? Zouden er voldoende mensen zijn die na hun werkweek nog een paar nachtdiensten in het ziekenhuis gaan draaien?

Dit is niet waarschijnlijk. Geld als ruilmiddel hoeft niet te stinken. Sterker nog, het is geld dat een complexe samenleving met maximale welvaart mogelijk maakt. Geld is niet het grote kwaad. Het is een zegen.

In een samenleving zonder al de regelgeving die nu de medische sector verlamt zal de beste arts veel beter betaald worden dan slechtere artsen. Sterker nog, men zal met bepaalde kwaaltjes mogelijk naar een arts gaan die een veel beperktere opleiding heeft gehad. Voor verkoudheden, puisten en wondjes zal men de goedkope arts kiezen die bijvoorbeeld maar een opleiding heeft gehad van 3 jaar. Voor pijn in de borststreek gaat men naar de volledig opgeleide arts, die ook nog eens voldoende goed bekend staat om een hoge prijs voor zijn consult te rekenen.

En hier zien we hoe geld werkt. Het selecteert. Degene die de meeste waarde toevoegt, die zal het meeste betaald krijgen. Hiermee reguleert geld in een vrije situatie de medische sector veel beter dan de overheid nu.

Zonder geld en zonder markt zijn vraag en aanbod immers veel lastiger op elkaar af te stemmen. Op het moment dat men dan de markt weer introduceert, en regelgeving afschaft, verdwijnen de wachtrijen en zal er weer een evenwicht ontstaan.

Dit gezegd hebbende, is het wel mooi als vrijwilligers zaken draaiende houden. Denk aan de sportclubs, waar het grotendeels draait om vrijwilligers. Of de vrijwillige brandweer. Mensen zijn groepsdieren en zullen als ze zich onderdeel van een groep voelen, vaak een drang hebben om op vrijwillige basis bij te dragen aan de groep. Hoe minder taken de overheid op zich neemt, hoe meer men zich verantwoordelijk gaat voelen voor de samenleving om zich heen.

6 REACTIES

  1. Maar deze vorm van interactie is op termijn onhoudbaar wanneer een derde persoon zich het middel geld heeft toegeëigend, en zonder tegenprestatie waarde afroomt van de betrokken partijen. Het middel geld zou dan eveneens aan de vrije markt moeten worden overgelaten.

    Voorheen representeerde geld een eerder geleverde prestatie/waardecreatie. Nu representeert het de belofte van iemand te zullen betalen, dus nog ooit te gaan presteren/waarde creëren. En het wordt nog zieker. Wanneer je als ruil voor jouw prestaties dan een verzameling “nog aan jou te betalen tokens” op voorraad hebt, je gedwongen wordt daarvoor te betalen!!?? (wegens negatieve rente op “spaartegoeden”)

    Tot slot. Het is een keuze om een samenleving te organiseren op basis van ruil (voor wat hoort wat). De waarde van een samenleving is meer dan het “BNP”. Het is eveneens een keuze dat die ruil in waarde gewogen en een op een dient te zijn. Denk aan relaties tussen mensen. De partners kunnen elk bijdragen leveren van een volstrekt andere orde en daarmee beiden tevreden zijn. Het wordt pas “rot” wanneer een derde partij erin slaagt die wisselwerking in “zijn” token te laten uitdrukken.

  2. Geld op zich betreft per definitie stropopredeneringen. Er zit een verhaal achter. Voor sommigen meerdere verhalen, inclusief bepaalde beeldvorming. In feite betreft het de besteding levensenergie, die je maar één keer kunt uitgeven. Je zou kunnen zeggen dat iedere inspanning een schenking is die uitgegeven wordt. In hoeverre volgt dan wederkerigheid? Moet die komen, dan is er geen sprake meer van schenkingen maar van controledrang. Om wat voor reden dan ook.

    Als je geld (muntjes, papiertjes) ziet als een opslagmiddel van levensenergie, dan kun je daarmee wederkerigheid een bepaalde vorm geven. En je kunt ermee schenken, dus meer uitgeven dan wederkerig genoemd zou kunnen worden. Je kunt er echter ook mee woekeren en anderen ‘afknijpen’ door minder uit te reiken dan wederkerig genoemd kan worden.
    Bij winstbejag is quite (vanuit Latijn voor ‘rust’) ‘spelen’ niet genoeg. Wat tussen een scheef getrokken balans zit wordt als winst beschouwd. Maar zaait een bepaalde onrust. In rusttoestand kan er activiteit zijn, alleen met dien verstande dat inkomende en uitgaande inspanningen (levensenergie) met elkaar balanceren. Zodat het peil van de ‘geldvoorraad’ in de hoedanigheid van opslagmiddel alleen maar een beetje golft, als water. Winstbejag zuigt ‘hier’ weg om ‘daar’ te deponeren. Net als belasting- en renteheffing. Waar opgeblazen toestanden van kunnen komen, inclusief waanideeën.

    In allerlei religies werd het heffen van rente (woeker) verboden. Omdat daarmee welvaart verschoven wordt naar degenen die zelf niets produceren behalve misschien beeldvorming en plannen. Wat vroeger of later ten koste gaat van welzijn bij degenen die wél iets produceren. Iets dergelijks geldt voor belastingheffing en boetes, zie bijv. hier over opbrengsten die zich bij overheden opstapelen.

    Is geld een zegen of vloek? Kan allebei. Afhankelijk van hoe het gezien wordt en wat ermee gedaan wordt. Is een ander zogenaamd ‘geld’? Zo ja, dan zonder uitzonderingen. Meerdere maten creëren immers problemen die er eerst niet waren. Moeten er (geforceerd gebrek aan) geld ontgelden? Dan is geld een vloek. Wordt geld gebruikt om te schenken zodat gebreken ongedaan worden gemaakt, dan een zegen. Voor zover het niet om verwennerij gaat. Wordt geld gebruikt om wederkerigheid af te dwingen? Dan is geld hét middel om culturele Global Cooling te forceren, hoewel ook een bron van culturele Global Poisoning. Enz. Kwestie van beeldvorming waar redeneringen en gderag uit voortkomen.

    • Het bovenstaande vanuit neutraal perspectief. Het is niet zo moeilijk om die neutraliteit aan te scherpen: Geld wordt gebruikt als controlemiddel. Waarmee allerlei onnodige problemen worden gekweekt. Zie feodale traditie in het Oude Testament, Deuteronomium 28: Wie de Heer en diens decreten en wetten gehoorzaamt zal gezegend worden (lees de lijst zegeningen), wie dat niet doet zal vervloekt worden. In het Nieuwe Testament, Openbaringen, lees je dat economische uitsluiting bij gebrek aan gehoorzaamheid in ieder geval tijdens het Romeinse rijk doodnormaal werd geacht. Maar… geestelijken, profeten, koningen en keizers mengden zich in zelfs in intieme delen van levens in populaties. Niet om daar te versterken, maar juist om te verzwakken.

      Kan het rijk van de één alleen bestaan door bij outsiders armoede te zaaien? Waarom MOET verschil geforceerd worden? Bijvoorbeeld tussen citizens and denizens, met de citizen als een economisch geprivilegieerde die op rechten kan gaan staam en de denizen die dat als outsider niet mag (request denied!) en liefst alleen maar gebruikt of ander verstoten wordt?

  3. Nuntius Civis, je kunt beter Frank Herbert’s Dune herlezen daar staat onze toekomst in, haarfijn beschreven !

  4. Ontwikkelingen qua geld kun je in beeld brengen door de geschiedenis van China anders te framen:

    a) In den beginne was ieder zelfstandig. Leven, liefde en allerlei activiteit naar eigen inzicht. Punt. Dat ging sommigen beter af dan anderen.

    b) De keizerlijke kleur werd geel, de kleur van creativiteit: “Hee, wat denk je ervan als we samen mooie creatieve ideeën bedenken en uitvoeren?”

    c) De keizerlijke kleur werd militair groen: “Best lastig hoor, agressieve figuren die ten koste van ons willen hebben, hebben, hebben. Wat dacht je ervan om maar eens een leger op poten te zetten? Dan hebben we dat grijze grensgebied mooi beveiligd!”
    En passant ontstond het ‘grijze gevaar’. Militaire zelf-discipline is mooi, maar opgelegde kadaverdiscipline lelijk.

    d) De keizerlijke draak werd rood: “Best lastig hoor, die free riders. Wat dacht je ervan als we ‘naastenliefde’ gaan forceren?” Het ‘rode gevaar’ verdringt onvervalste liefde, een typisch gevalletje van ‘valsemunterij’.

    En passant ontstond het ‘witte gevaar’ (geforceerde kleingeestigheid). Iets moet zwart op wit staan en regels zijn regels. Bij geforceerde kleingeestigheid wil men niet verder kijken dan de regels. Waardoor er veel over de levens van anderen gezeken en gescheten wordt. Waardoor o.a. psychische cholera (volgens het woordenboek ‘zwartgalligheid’) ontstaat. Die voorkomen of anders genezen kan worden middels hygiëne, maar juist dat is wettelijk verboden om kleingeestigheid in stand te houden. Zodat sommigen ten koste van anderen ‘op stand’ kunnen leven, op in feite te grote voet.

    Onnodig te zeggen dat de fasen a) en b) in ieders belang zijn en vanaf fase c) de arrogantie van de macht kan ontstaan. Compleet met blinde vlekken, dode hoeken, oogkleppen, tunnelvisies en wat dies meer zij.

  5. De oude Grieken hadden hier al mee te maken, de Démagogie het sturen van de mensen ( niet altijd in de juiste richting) behoord vervangen te worden door L’ochlocratie, de macht bij de massa (democratie), de genen die de massa opleiden ( éduqué ), die besturen (sturen) de massa, alles verloopt in cyclus, nieuw, rijp, oud, verrot, réincarnatie en opnieuw, behalve als viese geesten OGM gaan zaaien, dan wordt het levei in zijn diepste schoonheid aangetast en vernietigt, en stoppen de evolutie en daar door het leven.
    Geld is een bijkomstigheid, een middel om te delen en verdelen, op zich niet verkeerd, maar ook hier heeft dit OGM denken zijn intrede gedaan, waardeloze votjes papier, inplaats van delfstoffen met een zekere arbeids waarde, en vooral restwaarde !, groet !

Comments are closed.