Bij het doorlezen van de namen van leerlingen die eens met mij de banken deelden van een instelling die ons voorzag van voorbereidend hoger onderwijs, valt het mij op, hoeveel leerlingen over een dubbele naam beschikten.

De school verschafte onderdak aan een hele reeks van riant klinkende namen, zoals Bakhuis Roozeboom, Bellaar Spruyt, De Bruyn Kops, Van Ebbenhorst Tengbergen, Hammond Bütner, Van Harmsen v.d.Beek, Harinxma thoe Slooten, Heiden Heimer, Hendrikman Verstegen, Houwink ten Cate, Jesselin de Jong, De Jonge Urbach, Klein Obbink, Klerk de Reus, Korthals Altes, De Laer Cronig, Van Leeuwen Boomkamp, Lopes Leao de Laguna,Van Löten Sels, Lunsingh Scheurleer, Maclaine Pont, Nootman van Goor, Overbeek Bloem, ­­­­­ Portegies Zwart, Reina de Silva, Rodrigues Lopez, De Ronde Bresser, Rotteveel Mansveld, Rutgers van der Loeff, Scheltinga Koopman, Smidt van Gelder, Stuyvesant Meyer, Van der Velden Erdbrink, De Vries van Buuren, Vrijberghe de Coningh, Wallis de Vries, Willod Versprille en De Witt Huberts. Vaak waren uit dergelijke families in de loop der jaren meer dan één leerling aanwezig; men zou deze families een soort vaste klanten kunnen noemen.

Er was ook een leerling die zelf niet over een dubbele naam beschikte, maar wel over een moeder die dit ruimschoots compenseerde. Zij heette Elisabeth Hermine Cornelia Schimmelpenninck van den Oyer en was de dochter van Baron Alphert Schimmelpenninck van den Oyer en Henriette Frédérique Suzanne Huyssen van Kattendyke. Elisabeth Hermine Schimmelpenninck van den Oyer vond de school echter op den duur niet deftig genoeg voor haar zoon en verplaatste hem aan het eind van de vijfde klas naar een school in Hilversum.

Welke precies de oorzaken waren van een dergelijke plethora aan dubbele namen, daarover valt te twisten; het is een opvallend verschijnsel, waarvoor ik niet over een sluitende verklaring beschik. De meest waarschijnlijke verklaring voor de dubbele namen lijkt mij, dat een aantal personen, voorvaders van de betreffende alumni, het wat hoog in het hoofd had en deze gevoelens vertolkte door een aanhangsel achter hun naam te plaatsen. Maar waarom er van deze personen zoveel op onze school zaten, weet ik niet.

Er waren in de loop der tijden, voorzover dat na te gaan valt, slechts twee docenten met een dubbele naam: de classici Marez Oyens en Houwink ten Cate.

Er was tevens één docent met een Latijnse naamsuitgang (Walvius), heel passend voor een gymnasium en er waren de volgende leerlingen met een Latijnse naamsuitgang: Greidanus, Laurentius, Michorius, Nauta, Scavenius,Walvius, Wesselius, Van Oosterum, Samplonius en Knottnerus.

Laatstgenoemde, mijn klasgenoot Knottnerus, kreeg op zijn eindrapport van de tweede klas een 10 voor biologie: een uitzonderlijke prestatie.

De extra t is tussen hem en mij vaak onderwerp van discussie geweest. Op een zeker ogenblik schrapte hij hem, omdat een ambtenaar van de stand bij zijn geboorte vergeten was deze t in te vullen.

Zijn moeder drong er echter talloze malen bij hem op aan de t weer toe te laten voegen.

Het was weliswaar een letter, waarvan de functie in twijfel getroffen kon worden, maar toch verleende deze extra t een sportief cachet aan deze naam met Latijnse uitgang. De extra t was een soort donum superadditum concessivum, een toegift. Net zoals automobielen met een zinloze extra uitlaat, waarvan de enige functie is een sportief ronkje, dat opzien baart en lawaai veroorzaakt.

Ondanks de verzoeken van zijn moeder heeft hij die t tot nu toe niet toegevoegd, ik vermoed uit gevoelens van eenvoud, zoals men deze een enkele keer ook in deftige families aantreft

Dit heeft tot gevolg, dat er van deze illustere familie nu twee takken bestaan: een mét een extra t een zonder extra t.

Hugo van Reijen

13 REACTIES

  1. ‘k Zat ook ooit op zo’n school.
    Zelf weliswaar zonder dubbele achternaam in NL.
    Bij emigratie naar een Spaanstalig land werd er ginds ongevraagd, doch geheel in lijn met de locale gebruiken, mijn moeders familienaam toegevoegd op mijn ID.
    Gezien die toevallig begint met “Van” heb ik op dat document nu ook lange naam met de structuur X… van Y….
    Als ik het in NL zou tonen zonder verdere toelichting zou het wellicht (om de verkeerde redenen) ontzag inboezemen.
    In Latam niet. Daar zou men besluiten dat het om de combinatie van achternamen ging doch aangezien die nu uit 3 woorden bestaat, zou er verwarring bestaan, aangezien er nergens een streepje wordt gezet, dus hoort die Van nou bij de X… of bij de Y…?
    Gelukkig is mijn moeders familienaam op dat continent totaal onbekend.
    Immers deze is vooral in Belgie doch zelfs in NL vrij bekend doch weinig voorkomend (en inderdaad eenieder die de naam draagt, is aan mekaar verwant, al moet men soms enkele generaties terug in de stamboom om dat te vinden), waardoor die steeds opzien baart (“oh, is dat van die fabrikanten van …”? – krijgt mijn moeder steevast te horen). Dat is me in Europa mijn hele leven bespaard gebleven, en nu in Zuid-Amerika waar ie voordurend onthuld wordt nog steeds omdat ie daar gelukkig geen belletje doet rinkelen.

  2. Wat mij verder wel (louter academisch) benieuwd, is om te weten (bv. m.b.v. FB) of de dubbele achternamen op enigerlei wijze succesvoller waren in het leven dan de enkelvoudige die dezelfde opleiding genoten aan dezelfde school en mogelijk uit eenzelfde buurt/milieu kwamen.
    Mischien niet. Indien toch blijft dan de moeilijk te achterhalen vraag waaraan dat precies zou liggen? Zouden sommige organisaties hen wellicht positief discrimineren omdat ze graag werknemers in dienste hebben die hun klanten naamkaartjes kunnen geven met daarop een dubbele naam? Ik denk daarbij bv. aan banken in een afdeling private banking.
    Of misschien hebben de dubbele achternamen het juist minder ver gesschopt en mogelijk isook dat het resultaat van discriminatie door jaloerse enkelnamige HR-managers die dubbelnamige sollicitanten geen succes gunnen, zelfs niet als dit meritocratisch gezien verantwoord ware.
    Tevens is het interessant om zien of dubbelnamigen op platforms als FB hun dubbele naam gebruiken of niet. Sommige doen dat wel, andere niet. Wat zegt dit over hen?

    • benieuwt met een t uiteraard!
      OK, aan verdere spelfouten ga ik me niet wijden…

  3. Ik zat ook kort op die school maar moest weg. Er was geen plaats voor mensen met de achternaam ‘De Geit’. Te simpel, geen enkele status. En als die Geit dan ook nog structureel weigert appels en bananen bij elkaar op te tellen, in combinatie met een diepe minachting voor het gehele onderwijssysteem, dan trappen ze je weg. Schapen en bokken gaan niet samen.

  4. Het Barlaeus lijkt mij eigenlijk maar een kuttschool (met twee tt’s) net als het categorale gymnasium waar ik zelf op zat. Waar je als 12 jarige al te horen krijgt dat je bij de toekomstige elitte hoortt (ook met twee tt’s), als je maar braaf je huiswerk doet.

    En dan krijg je uiteindelijk veel van die Rob Jetten en Jesse Klaver-achtige types die niets speciaals kunnen maar wel denken dat zij bekwaam zijn om een land te besturen en iedereen de les te lezen. Waar datt ttoe leidtt (ook hier mett ttwee tt’s) zie je aan die docttorandus geschiedenis die al zo’n 10+ jaar aan hett klungelen is in Den Haag. Of aan die klimaattsmurf in Brussel.

    Geen idee welke school Jesse en Rob werkelijk hebben gedaan maar zij hadden bij mij in de klas gezeten kunnen hebben. Hoeveel van de oud-scholieren van dit soort scholen worden er uiteindelijk ambtenaar?
    Geef mij maar types die van elke school zijn afgetrapt en op eigen houtje hun weg weten te vinden.

  5. 2 jaar Spaans in Madrid noemde mijzelf Don Geffe ! en in de UK Dick Cock ! en in NL Van Zero tot Hero😊

  6. Ik heb nog een aantal dubbele namen die wellicht tot inspiratie kunnen dienen voor nader (revisionistisch) geschiedkundig onderzoek:

    Bernhard Friedrich Eberhard Leopold Julius Kurt Carl Gottfried Peter Graf von Biesterfeld vs.

    Meinoud Marinus Rost van Tonningen.

    Is dit een suggestie die wellicht tot uw verbeelding spreekt, beste heer van Reijen ?

    Ik zie uw reaktie met belangstelling tegemoet.

Comments are closed.