De kosten van staatsinterventie zijn vele malen hoger dan “de belastingdruk”. Gemiste welvaart kun je niet zien.

Waar ik me wild aan erger is aan alle mensen die klagen over ongelijkheid en dan de schuld geven aan de “vrije markt”. Met andere woorden, de rol van de staat totaal negeren.

Dat is dus bijna altijd.

Een welkome uitzondering is het boek The Captured Economy – How the Powerful Enrich Themselves, Slow Down Growth and Increase Inequality uit 2017 van de economen Brink Lindsey en Steven M. Teles, uitgegeven door Oxford University Press nog wel.

Hoe de machtigen zichzelf verrijken. Dat is inderdaad waar het om gaat. En die machtigen zijn volgens Lindsey en Teles iedereen die profiteert van staatsprivileges.

Een goed punt dat de auteurs maken is dat directe gunsten, zoals subsidies, maar het topje van de privilege-ijsberg zijn. Dit is een belangrijk gegeven dat ook veel “liberalen” en zelfs libertariërs onvoldoende inzien. Je hoort de typische VVD’er of LP’er* vaak verzuchten dat we tegenwoordig tot pakweg mei voor de overheid moeten werken en pas daarna aan ons zelf toekomen.

Hoe zouden onderwijs en gezondheidszorg eruit zien als ze niet door de staat zouden worden gecontroleerd?

Was dat maar waar! De werkelijkheid is vele malen erger. De staat heft niet alleen belasting, maar staatsinterventie brengt ook gigantische onzichtbare kosten met zich mee, die zich vertalen in gemiste welvaart. Hoe groot dat gemis is, is niet te zeggen. Je kunt niet meten wat er niet is. Je kunt niet zien wat in de kiem is gesmoord. Je kunt er hooguit over speculeren.

Neem de kosten van bureaucratie. In de V.S. is oit een studie gedaan door het Mercator Center van de George Mason University waaruit bleek dat de kosten van regulering $4.000 miljard bedroegen in de periode 1980-2012. Volgens dit onderzoek zou de Amerikaanse economie 25% groter zijn zonder regulering.

Een andere studie uit 2013 in de Journal of Economic Growth stelde dat federale regulering in de V.S. de economische groei met 2% per jaar reduceerde in de periode 1949-2005. Lee Friday schreef hierover op de website Mises.org dat, als je deze cijfers extrapoleert tot 2011, het Bruto Nationaal Product in de V.S. in 2011 $53,9 biljoen zou zijn geweest in plaats van $15,1 biljoen. Dit “verlies op jaarbasis van $38,8 biljoen komt neer op $277.100 per huishouden en $129.300 per persoon.” Laat dit maar even bezinken.

Intellectueel eigendom zou eigenlijk intellectueel monopolie moeten heten

En dit is maar één voorbeeld. Hoeveel welvaart zouden alle hoogopgeleide belastinginspecteurs, accountants, boekhouders en belastingadvocaten produceren als ze zich niet zouden bezighouden met onnodig ingewikkelde belastingwetgeving?

Hoe zouden onderwijs en gezondheidszorg, twee van onze grootste economische sectoren, eruit zien als ze niet door de staat zouden worden gecontroleerd?

Hoe zou de economie van ontwikkelingslanden eruit zien als er geen ontwikkelingshulp was die de corrupte overheden in die landen in stand hield? Enzovoort.

En dan hebben we het nog niet over de “multiplier” effecten van al deze gemiste welvaart. (Zie voor een uitgebreidere discussie over dit onderwerp dit artikel op mijn website The Friendly Society.)

Juiste connecties

Lindsey en Teles komen ook met de nodige sterke staaltjes van staatsinterventies die vooral ten goede komen aan de hoger opgeleiden, de welgestelden en de lieden met de juiste connecties.

Een daarvan is intellectueel eigendomsrecht. Een staatsprivilege dat zwaar wordt onderschat. Eigendomsrechten zijn heel bepalend in talrijke sectoren van de economie – entertainment, software, farmacie, industrie, landbouw, gezondheidszorg, onderwijs, enzovoort – en komen vooral ten goede aan het grootkapitaal. De auteurs merken terecht op dat “intellectueel eigendom” eigenlijk “intellectueel monopolie” zou moeten heten.

Tot de jaren zeventig viel het met de patentzaken nog wel mee, volgens Lindsey en Teles, maar in 1982 werd een speciaal Court of Appeals for the Federal Circuit (CAFC) ingesteld voor patentzaken (een wettelijk monopolie!):

“Since then the CAFC has reshaped the law by lowering the standards for patentability and expanding the scope of patentable inventions to include software, business methods and even parts of the human genome.”

Gevolg: het aantal patenten dat per jaar wordt verleend is sinds die tijd vervijfvoudigd. Steeds vaker worden patentzaken door de federale overheid vervolgd onder het strafrecht, waarbij gevangenisstraffen tot 5 jaar mogelijk zijn. Ook worden regelmatig bezittingen in beslag genomen van mensen die veroordeeld zijn voor patentschendingen.

“De meeste patentzaken worden nu aangebracht door bedrijven die zelf niets maken maar die zijn opgericht om andere bedrijven te verhinderen om bepaalde producten te maken,” schrijven Lindsey en Teles. Er worden ook bedrijven opgericht, zogenaamde “patent trolls”, die niets doen dan patenten verzamelen om ze vervolgens in te zetten in patentzaken waar tientallen miljarden dollars per jaar in om gaan. Als gevolg hiervan doen veel bedrijven ook aan “defensive patenting” – zelf zoveel mogelijk zaken patenteren uit lijfsbehoud.

41% van de Amerikaanse Congresleden is advocaat

Over intellectuele eigendomsrechten valt nog veel meer te zeggen en dat ga ik in deze rubriek ook nog zeker doen. Een van mijn favoriete anekdotes die ik u niet wil onthouden gaat over copyright en is afkomstig uit een artikel van Jacob H. Huebert, “The Fight Against Intellectual Property”, in het boek Libertarianism Today (2010).

Huebert vertelt dat onder de Sonny Bono Copyright Term Extension Act (CTEA) uit 1998 het copyright in de V.S. met terugwerkende kracht werd uitgebreid tot 70 jaar na de dood van de auteur. Auteurs hebben uiteraard zelf niets aan deze verlenging, maar de grote entertainment-bedrijven des te meer. De wet was speciaal van belang voor de Disney Company, een van de grootste geldschieters van Amerikaanse politici.

Wat wilde het geval? Als de CTEA wet er niet was gekomen, dan was het copyright van Disney op de film Steamboat Willie uit 1928 verlopen. Steamboat Willie zegt u? Wat is daar het belang van? In deze film maakte Mickey Mouse voor het eerst zijn opwachting!

Schoonheidsspecialist

Een ander voorbeeld uit het boek van Lindsey en Teles betreft “occupational licensing”, oftewel vergunningen om een beroep te mogen uitoefenen. Dertig procent van de werkenden in de VS hebben er mee te maken. Dat gaat om allerlei beroepen, van rij-instructeur tot masseur, kapper, lasser, bloemist, kok, en ga zo maar door.

Een schoonheidsspecialist moet in de V.S. gemiddeld een jaar aan opleidingen volgen voordat zij haar beroep mag uitoefenen. In andere beroepen gelden soortgelijke eisen. Volgens Lindsey en Teles blijkt uit empirisch studies geen verband tussen het vergunningencircus en de kwaliteit van de dienstverlening. Dit geldt zelfs voor beroepen als leraren en tandartsen.

Maar de werkgelegenheid blijkt wel negatief te worden beïnvloed door vergunningvereisten. Vooral de laag-opgeleiden, aan de onderkant van de arbeidsmarkt, ondervinden nadeel van deze moderne gildepraktijken. Zij worden buitengesloten: 

The toll in lost jobs as a result of licensing is 2.85 million jobs. 43% of licensed occupations require a college degree, but only 32% of Americans have one. Even as employment opportunities dwindle as a result of globalization and automation, the poor are hurt harder.

In de meeste gevallen kunnen mensen met een strafblad sowieso al geen beroepsvergunning krijgen. Dat is ongeveer een derde van de Amerikaanse bevolking, volgens Lindsey en Teles!

Consumenten ondervinden ook nadeel: die betalen hogere prijzen – naar schatting $200 miljard per jaar.

Een van de meest protectionistische beroepen is volgens Lindsey en Teles de gezondheidszorg. Een ander zeer afgeschermd beroep: advocaten! Die kunnen zich ook makkelijk afschermen: zij maken de regels. 41% van de Amerikaanse Congresleden is advocaat.

Huizenprijzen

Een derde voorbeeld van een privilege voor de machtigen, waar je misschien niet zo snel aan zou denken: bestemmingsplannen, in het Amerikaans “zoning” genaamd. Lindsey en Teles beschrijven hoe “zoning” en andere restricties op landgebruik steden als New York en San Francisco onbetaalbaar hebben gemaakt voor de minder welgestelden, die uit moeten wijken naar plaatsen waar minder economische mogelijkheden zijn.

“Geographic inequality” (verschil in welvaart tussen regio’s) was in 2009 twee keer zo hoog als in 1964. De Amerikaanse economie zou 13,5% groter zijn als deze ongelijkheid niet zo zou zijn toegenomen.

Interessant is dat volgens Lindsey en Teles het toegenomen aandeel van “kapitaal” in de economie (ten opzichte van arbeid) geheel is toe te schrijven aan hogere huizenprijzen, die deels het gevolg zijn van beperkingen op landgebruik en deels van het monetaire beleid van de staat. Zou Piketty dit al weten?

Sowieso krijgt de financiële sector gigantische steun van de Amerikaanse overheid, dat hoef ik niet uit te leggen. De talloze bail-outs die er in de afgelopen decennia zijn geweest, zijn algemeen bekend. Alleen al de redding van de Savings & Loan banken in de jaren tachtig kostte de Amerikaanse belastingbetaler $124 miljard.

Lindsey en Teles merken hierbij op dat door dit beleid veel talent richting de financiële sector gaat, ten koste van andere sectoren. Ging in 1969 nog 6% van de afgestudeerden van Harvard in de financiële sector aan de slag, in 2008 was dat 28%. In 1980 betaalde een baan in de financiële sector hetzelfde als een vergelijkbare baan in andere sectoren. In 2006 lag het salaris 50% hoger.

Bizarre aanbeveling

De auteurs komen tot een spijkerharde conclusie:

“… Wealth derived from distorted markets is recycled into influence over government…. When institutions are too weak to resist capture by the powerful and well-organized, economic decline, corruption and political instability grow in a vicious cycle.”

Helaas komen ze vervolgens met halfslachtige oplossingen. Het enig juiste antwoord op dit machtsmisbruik is natuurlijk het afschaffen van de macht, en de privileges die daar mee gepaard gaan. Maar daar is volgens Lindsey en Teles niet genoeg steun voor bij de bevolking.

“…. There is no significant political support for a dramatic rollback of government’s functions.”

Ze komen zelfs met deze merkwaardige observatie:

Around the globe, bigger governments actually seem to do better in controlling corruption and clientelism than smaller ones”.

Dat betekent volgens hen dat het terugdringen van privileges soms alleen zal lukken door “het vergroten van de overheid”.

Het is mij een raadsel hoe ze hier bij komen. Ik kan geen enkel land groot land bedenken met weinig corruptie, wel een aantal kleine landen.

Verwar belastingdruk niet met de totale kosten van staatsinterventie

Een andere bizarre aanbeveling die zij doen: “Verdubbel het aantal medewerkers van Congresleden en verdrievoudig hun salarissen.” Door dit te doen geef je het Congres meer middelen om zich tegen lobbyisten te verzetten, redeneren zij.

Tja, dan snap je dus je eigen boek niet. Ik vind dit wel een prachtig voorbeeld van de stelling dat mensen nooit van mening veranderen door feiten. Ze veranderen pas van mening als ze feiten anders leren zien.

Moraal 1: verwar belastingdruk niet met de totale kosten van staatsinterventie.

Moraal 2: socialistische ongelijkheid is een totale blinde vlek in het publieke debat, omdat bijna iedereen socialistisch denkt.

*LP’er = aanhanger van de Libertaire Partij. De nieuwe naam van de aloude Libertarische Partij! Aangezien alle echte libertariërs de LP de rug hebben toegekeerd, lijkt me deze naamswijziging zeer terecht.

13 REACTIES

  1. We hebben hier op de Vrijspreker nog heel wat zendelingenwerk te doen. Wanneer zelfs schrijvers van dat boek aantonen dat overheidsregels ongelijkheid en kostenverhogingen opleveren, zij in de socialistische standaard stuip schieten, dat er dan dus? meer regels moeten komen.

  2. Thanks. Ik kan mij er wel iets bij voorstellen dat het lijkt of grotere overheden minder corrupt zijn. Door meerdere bestuurslagen te hanteren wordt de mogelijkheid tot een adequaat toezicht en controle alsmaar lastiger alsmede vreten er steeds meer mensen uit de ruif en zal er weinig initiatief zijn om corruptie te onderzoeken. Dat grotere overheden daadwerkelijk minder corrupt zijn mag dan ook best wel worden betwijfeld.

  3. Dank voor het artikel. Prima werk met adequate vragen en accurate verwijzingen.

    Ik zie dit artikel als een uitstekende probleemomschrijving, die uitgewerkt kan worden tot probleemstelling:

    Probleemomschrijving:
    De staat is een containerbegrip en verwijst naar niets en niemand. De staat is namelijk een lap grond met grenzen en daarop een volk die de activiteiten van bestuur en rechtspraak outsourcet. De staat kent dus drie formele en aanspreekbare actoren; volk, bestuur (overheid) en rechtspraak. De leidende en dominante actor in het driemanschap (trias politica) is het volk onder het principe van volksgezag (hoogste gezag in een staat).

    Daar de overheid niet wordt ingeperkt door een of begrenzende overheidsrol, handelt de overheid in de staat autonoom. De overheid bepaalt het Rijksbudget zelfstandig (uiteraard onder strakke leiding van het politieke partijkartel). Echter, de overheid is niét de staat maar maakt onderdeel uit van de staat. En in die staat is de overheid onderworpen aan het volksgezag.
    Kortom, de opvatting dat ‘de staat’ in werkelijkheid ‘de overheid’ betekent brengt de volgende cruciale wijzigingen met zich mee m.b.t. drie kernzinnen in het artikel:

    – Openingszin: “Waar ik me wild aan erger is aan alle mensen die klagen over ongelijkheid en dan de schuld geven aan de “vrije markt”. Met andere woorden, de rol van de overheid (redactie VK) totaal negeren. “

    – “Moraal 1: verwar belastingdruk niet met de totale kosten van overheidsinterventie (redactie VK). “

    – “Moraal 2: socialistische ongelijkheid is een totale blinde vlek in het publieke debat, omdat bijna iedereen denkt dat de overheid zelf de overheidsrol kan bepalen (redactie VK).

    Indien de subtiele wijziging van het begrip ‘staat’ naar ‘overheid’ wordt doorgevoerd, dan:

    – Krijgt het artikel meteen richting. Vervolgens is het een zaak van ‘frapper toujours’ met als doel om een kritische massa te vormen (is een kwantificeerbare doelstelling);

    – Kan een probleemstelling worden afgeleid, namelijk:
    Hoe komt het dat de overheid de vrije markt domineert?

    Tot zover.

    Disclaimer: mijn kritische opstelling is gericht op het probleem van de dictatuur in Nederland en het verlies van grondrechten. Alinsky zou beweren: geef de dictatuur een gezicht en verbind er namen aan. Met nadruk stel ik dan ook dat mijn kritische opstelling niet is gericht op de auteur (heb veel waardering voor Karel en zijn inbreng biedt veel toegevoegde waarde)

    Mijn stijl is confronterend, deze komt voort uit de huidige situatie van dictatuur. Confrontatie stelt mensen in staat om te kiezen; voor of tegen. Er is in de huidige situatie geen tussensituatie. De patiënt Nederland is doodziek. Toen Jezus de geldwisselaars uit de tempel had verjaagd is er ook niet gepolderd. Zoiets in de geest van; okay Jezus jij je zin, we lopen wel even de tempel uit en gaan buiten vrolijk verder met geld wisselen.

    We moeten in Nederland in eerste instantie de negatieve actor (overheid) identificeren en de macht erachter verklaren (de politiek partijen) en elimineren. Onder het huidige bestuursmodel is er geen hervorming mogelijk zonder dit kernprobleem aan te pakken. Dit is een keuze; zwart of wit. We laten Nederland besturen door of het volk of de overheid. Het is één van de twee. Een tussenweg bestaat niet, op deze weg lopen we nu.

    Nederland mijn Vaderland.

    • Ik definieer de staat in de termen van Max Weber: “een institutie (organisatie) die een rechts- en geweldsmonopolie claimt over een bepaald gebied”.
      Een regering (government) vind ik niet helemaal hetzelfde. Die HOEFT niet persé op dwang te zijn gebaseerd. Je kunt spreken van “limited government”, niet van een “limited state”. Daarentegen worden staten “soeverein” genoemd, dat wil zeggen dat ze de hoogste macht zijn. Je praat niet over een “soevereine regering”.
      Met het woord overheid wordt soms “staat” bedoeld, soms “regering”. Het zit er een beetje tussen in voor mijn gevoel maar ik gebruik het wel vaak als synoniem voor staat.
      Voor een wat uitgebreidere discussie zie mijn nog niet gepubliceerde boek Freedom of Government op mijn website The Friendly Society: https://thefriendlysociety.nl/wp-content/uploads/2020/02/Freedom-of-Government-manuscript.v2.pdf

  4. Dank Karel voor de uitgebreide reactie. Hieronder dan weer mijn reactie.

    Max Weber geeft de staat een positie in de vorm van ‘organisatie’. Dan ligt het voor de hand om in dezelfde trend door te redeneren en de overheid eveneens een positie te geven binnen die staat, namelijk de positie van ‘managementteam’. Dit heeft hij niet gedaan. Voor de volledigheid, de positie van het volk is dat van volksgezag (hoogste gezag in een staat).

    Met mijn organisatieopzet zijn alle organisatie elementen benoemd en zijn hun onderlinge verhoudingen meteen duidelijk.

    De basis organisatie elementen van een staat worden dus gevormd door [1] een lap grond met een grens en het individu dat daarop leeft en zich organiseert in [2] het volk. De verschillende vormen van soevereiniteit zijn daarmee eveneens toegewezen:
    – individuele soevereiniteit;
    – volkssoevereiniteit;
    – nationale soevereiniteit.

    Terzijde; om de staat/overheid redenering niet te onderbreken ga ik niet verder in op de juridische positie van deze verschillende vormen van soevereiniteit. Die laten veel, zo niet alles, te wensen over vanuit volksgezag perspectief. Dit model is eveneens volledig gecorrumpeerd.

    Verder. Dus, in mijn bestuursmodel komt de overheid en eveneens de rechtspraak niet voor in de eerste fase van de natiestaat. En dit is m.i. de enige correcte redenering daar de activiteiten van bestuur (overheid) en rechtspraak ingehuurd gaan worden door het volk. Kortom, de instituten overheid en rechtspraak vallen onder bezit van het volk, maar worden bezet met ingehuurde krachten, namelijk ambtenaren voor bestuur en ambtenaren voor rechtspraak.

    Zoals de overheid een positie inneemt in de ‘staat’, neemt de ‘regering’ een positie in binnen de overheid. De regering zorgt op nationaal niveau voor het dagelijks bestuur van de natiestaat. Zoals het Collega van B&W op lokaal niveau zorgt voor het dagelijks bestuur van de gemeente. Deze verhoudingen komen in de uitleg van Weber niet naar voren.

    Kortom, mijn bestuursmodel vormt een template voor iedere democratische natiestaat op lokaal en federaal gebied (regionaal valt weg daar het een extrabestuurslaag is die niets toevoegt). Terwijl het bestuursmodel van Weber een invulling is van een template.

    Samenvattend stel ik dat in een effectief en doelmatig bestuursmodel het volkomen is uitgesloten dat een positie ergens tussenin hangt en door gevoel wordt bepaald.

    Tenslotte om bij het onderwerp van het artikel te blijven “de kosten van staatsinterventie”. Mijn bestuursmodel is geschikt is om de financiering van een ‘staat’ bottom-up te laten plaatsvinden.

    Het volk dient haar belasting af te dragen op lokaal niveau in de gemeente. De federale staat kan vervolgens separaat betaald worden met een klein percentage.

    Om gevoel bij de percentages te krijgen. De kosten voor het volk m.b.t. het inhuren van de activiteiten bestuur en rechtspraak dienen maximaal 25% bbp te bedragen (is momenteel rond de 37% bbp). De verhoudingen daarin komen m.i. neer op 20% lokale taks en 5% federale taks.

    Ik zie Nederland dan ook als een federale staat met 355 autonome gemeenschapen (gemeenten).

    Nederland mijn Vaderland (en niet van de overheid en zeker niet van de politieke partijen).

    • Tiende penning..that’s it, take it or leave it, Met die verstande dat ik geen knevelarij en/of schatkisten op wielen over de weg wil zien anders nemen we er een cocktailtje op…ja toch..

  5. Ik ben al een tijdje gestopt met laat ik zeggen, politiek denken en oplossingen. Ik ben niet meer geïnteresseerd in rechts, midden of links. De oplossingen die geboden worden zijn altijd hetzelfde: een collectieve oplossing, waarbij regels en wetten worden gemaakt, de bureaucratie voert het uit en burgers moeten voor de dienstverlening belasting betalen. Het enige waar de politieke partijen over discussiëren is de punten en komma’s in de wetgeving en regels.
    De insteek en gedachtegang van burgers en bedrijven:
    – willen jullie minder belasting betalen; antwoord JA
    – willen jullie minder regels hebben; antwoord JA
    – willen jullie dat de overheid maatschappelijke problemen oplost; antwoord JA
    – moeten belastingplichtigen meer terugontvangen; antwoord JA
    – moet de overheid meer reguleren; antwoord JA
    – moet de overheid jullie tegen marktwerking beschermen; antwoord JA
    – moet de overheid jullie zorg verstrekken: antwoord JA etc. etc.
    Het zijn feitelijk antwoorden die elkaar tegen werken. De burgers willen een auto hebben die tegelijkertijd rechts en links kan afslaan.
    En de mensen die bij de overheid werken, vinden dit prachtig. Hoe groter de overheid wordt, hoe machtiger deze wordt. Ik ben tot de conclusie gekomen dat de bestuurders niet rechts, midden of links zijn, maar zij vinden macht en het geld juist belangrijk.
    De politieke ideologie die zij ‘aanhangen’, wordt gebruikt om macht te verkrijgen en er geld mee te verdienen. Het gaat om stemmen krijgen, en dat betekent dat je een toneelstukje moet opvoeren.
    Wij VVD zijn voor marktwerking, maar er moeten toch regels komen.
    Wij CDA zijn voor het geloof, dus moeten er subsidies komen.
    Wij SP zijn tegen de grote bedrijven, maar de bedrijven mogen niet failliet, dus iets meer belasting betalen en bij gewenst gedrag minder belasting,
    Wij D66 zijn voor open grenzen, maar niet teveel in een keer, maar wel toelaten.
    Zij willen allemaal hun lekkere baan behouden en veel geld verdienen met bijbanen. Zoals Hans Alders en wim kok, de bekende graaiers.
    De bestuurders hebben hun baan, omdat zij overal ja tegen zeggen. Zij zitten op de stoel voor hun zelf.
    De LP was sterk libertarisch, maar nu begint de LP ook collectivistisch te worden. Zij willen een papa Staat die streng is. Ik denk dat de macht en geld nogal verlokkelijk is. Waarschijnlijk denken zij, als wij aan de macht zijn, dan wordt alles beter.
    Je kunt kiezen voor het collectivisme, maar om het te verlaten, moet je je eruit schieten. Ik onderschatte altijd de geestelijke domheid van de kiezers. Bij discussies zeg ik, zij zitten er voor zichzelf, dat is ook de redenen dat jij 50% van je inkomen aan het systeem moet afgeven, jij moet hun ieder jaar redden van de ondergang. De mens heeft God aan de kant, voor het geloof in de Staat. Breek je dat af, worden zij boos.

    • Easymoney, herkenbaar uw observaties.

      M.i. het kernbegrip van uw betoog: “politiek”.

      Toelichting: politiek is een niet bestaand begrip in de grondwet:
      – Het systeem van politiek partijen is niet-legitiem (staat niet uitdrukkelijk vermeld in de GW);
      – Fractiediscipline bij stemming schendt de wet m.b.t. ‘stemmen zonder last’.

      Het bestuursmodel is geïnfiltreerd en derhalve gecorrumpeerd. Het is nutteloos en onmogelijk om hervormingen door te voeren a.h.v. het huidige bestuursmodel. Iedere oppositiepartij raakt vroeg of laat eveneens gecorrumpeerd in het huidige bestuursmodel (geldt ook voor PVV en FvD). Dit is onvermijdelijk.

      • Een organisatie die goed functioneert, kun je kapot maken. Maar, een organisatie die niet functioneert, kun je bijna niet repareren. Die moet je failliet laten gaan. Dan zijn de medewerkers en bestuurders die er verantwoordelijk voor zijn, zijn dan ook ontslagen.
        Elk politiek systeem, die een collectivistische visie als leidraad heeft, zal uiteindelijk kapot gaan. Dit is een onvermijdelijke uitkomst.
        Fascisme, nazisme, socialisme, communisme eindigen in een dictatuur. De macht van de mensen die de Staat leiden, wordt dermate groot, dat de macht van de mens zo sterk wordt verminderd, dat zij volledig afhankelijk zijn van die Staat. In dit soort staatsmodellen is creativiteit en innovatie zeer laag. Waarom zou je als individu jezelf zo zichtbaar maken in dit systeem.
        Politieke systemen als democratie, sociaal democratie, republiek houden het langer uit. Omdat zij iets meer respect hebben voor eigendomsrechten en vrijheid. Maar, ook deze systemen gaan ten onder door hun ‘eigen’ succes. De meerderheid bepaalt wat er gebeurt. De machthebbers maken gebruik van de tools en instrumenten die dit type politieke systemen levert. De burgers krijgen rechten, producten en diensten, en degene die dat levert, krijgt de macht en geld. Maar, uiteindelijk gaat deze systemen ook kapot. Je blijft aan de macht door JA te zeggen en vooral rechten creëren. Dit levert bij de burgers en bedrijven het idee op dat de overheid boven de werkelijkheid staat. Mens en bedrijf hebben een romantische gedachte/beeld van de overheid. Ja, wij hebben het goed geregeld, beter dan de rest. Iedereen klopt zich op de borst, kijk hoe goed wij zien. Ik breek dat romantisch beeld af, dan ben ik aan de tafel de grote boeman.
        Links, midden en rechts is gewoon een grote BS.
        Politieke systemen creëren uit zichzelf corruptie en collusion. Er ontstaat een concentratie aan macht. Een macht die zowel de wetten maakt en de wetten handhaaft. Ik heb nog nooit een mens ontmoet die weerstand kan bieden aan macht. Deze engelen van mensen, bestaan helemaal niet.
        Macht corrumpeert en absolute macht, corrumpeert absoluut. Zelfs ik zal er niet tegen bestand zijn.

    • Eens. Uiteindelijk wordt ieder bestuurssysteem om zeep geholpen door de personen die erin opereren.

      Echter ons huidige gecorrumpeerde bestuursmodel kent een dubbele fix:
      1. De huidige grondwet is opgesteld door de aristocratische elite;
      2. Het bestuursmodel is bezet door de politieke (kartel)partijen.

      Hier wordt ieder systeem op beoordeeld en hier ligt de uitdaging. We hebben slechts 100 soevereine volksvertegenwoordigers nodig om een soevereine Nederlandse federatie van 355 gemeenten te vestigen!

    • goede zet Voight ….’ Don’t back the losers, but pick the winners’

Comments are closed.