In het kader van ons project “libertair sociaal contract / nieuwe Nederlandse Grondwet” volgt hier een ingezonden artikel van een van de 51 deelnemers aan dit project. Het artikel behandelt de “Federalist Papers” en geeft een inkijkje in de totstandkoming van de constitutie (grondwet) van de Verenigde Staten van Amerika. Marco Hofman, de auteur, is docent bestuurskunde aan de Hogeschool van Amsterdam. Hij is vanuit zijn positie geïnteresseerd in de discussie binnen de LP over de Grondwet. In dit Think Factory project van de LP zoeken we de dialoog binnen het spectrum van minarchische tot min of meer “staatsdragende” meningen. Er zijn ook libertariërs die zich afvragen waarom nu uitgerekend de LP zich met “de Grondwet” wil bemoeien. Welnu, de huidige Nederlandse grondwet biedt zeer weinig garanties voor de vrijheiden van het individu, waardoor er een groeiend aantal mensen is die een “sociaal contract” met “de overheid” niet meer zien zitten, en zich liever vrij met medemensen en organisaties associëren (verbinden).
Gemeenschappelijk bij leden van de LP is, dat we juist die individuele vrijheden willen versterken. Over het “hoe” gaat de discussie. Intussen zijn we druk bezig met de verdere organisatie van dit project. Binnenkort gaat een website van start op het domein “grondwet.nu“. We zullen jullie regelmatig op de hoogte houden van de voortgang. Als je alsnog actief wilt deelnemen, stuur dan een berichtje aan de redactie.

N.B. Dit artikel is wat langer dan je van ons gewend bent.

Een bespreking van de Federalist Papers geschreven door ‘Publius’ gepubliceerd in diverse kranten  (oktober 1787 tot en met mei 1788)[i]

Een nieuwe tijd?
In deze tijd van het nieuwe normaal reflecteren nogal wat politicologen, bestuurskundigen en andere sociale wetenschappers op de ‘oude tijd en de oude politiek’ van voor maart 2020.
De nieuwe tijd, na Covid-19 en de vaccinatie van een meerderheid van de bevolking, zou nopen tot en kansen bieden aan een fundamentele heroriëntatie van onze levenswijze en ons politieke bestuur.
De vragen die daarbij aan de orde zijn betreffen een herwaardering van de consumptiemaatschappij, de gevolgen van de globalisering, de mondiale mobiliteit, de bio-industrie en de exploitatie van de reserves en hulpbronnen die onze aarde te bieden heeft.
Daarnaast lijkt de pandemie, nationaal politiek-bestuurlijk, ook te vragen om nieuwe benaderingen en antwoorden. Het kabinet – inmiddels demissionair – voert al een jaar politiek-bestuurlijk crisismanagement met noodverordeningen, een nieuwe tijdelijk Coronawet, diverse lockdown-varianten, persconferenties en beweegt mee met de publieke opinie en lobbying van krachtige belangengroepen. Het kabinet is daarbij leeuw en lam tegelijk. Leeuw door het arsenaal aan bevoegdheden en handhaving die zij in kan zetten en lam voor zover deze maatregelen van een demissionair kabinet legitiem gevonden worden en de meerderheid van de bevolking  vertrouwen blijft houden in het kabinet als crisisbeheerser. We zouden inmiddels bijna vergeten waarom het kabinet in december is afgetreden. De toeslagenaffaire als ontluistering van de machtenscheiding in het algemeen en de uitvoerende macht in het bijzonder.

Stunde 0
De tijd waarin we ons nu bevinden is te kwalificeren als een overgangstijd, wellicht een nieuw begin. STUNDE 0 zouden onze Oosterburen zeggen, ook al is dat al weer bijna 76 jaar geleden. Een periode om weer helemaal opnieuw te beginnen, als samenleving, met een nieuwe architectuur van de staatsinstituties.

Dat laatste is in Nederland geen overbodige luxe. Eerstejaarsstudenten bestuurskunde kunnen dat beamen. Wie de Nederlandse grondwet leest stuit op een onduidelijke, ondoorgrondelijke en dorre tekst en structuur vol oubollige taal. De Koning heeft nog een prominente positie in Hoofdstuk 2, terwijl we bij uitstek een parlementaire democratie zijn;

de wetgevende macht berust niet bij de volksvertegenwoordiging; de rol en positie van de Eerste Kamer is achterhaald en het beginsel van onafhankelijkheid van Eerste en Tweede Kamerleden (zonder last en ruggenspraak) kent nauwelijks weerklank in de politieke praktijk. Omzigt, Leijten en enkele andere Kamerleden zijn de uitzonderingen die de regel helaas bevestigen.

Los van de inhoud is onze Grondwet ook geen inspirerende tekst. Voor iemand met hart voor de publieke zaak of een geïnteresseerde in staatsinrichting en politiek & bestuur. Niet motiverend. Weinig esprit. Nauwelijks aansluitend bij nieuwe maatschappelijk ontwikkelingen, bijvoorbeeld de vele experimenten met nieuwe democratische vormen.
Een regenteske tekst, niet van ons. Ondanks de vele rapporten van diverse staatscommissies, waaronder de laatste van de Commissie Remkes, waarin talloze concrete voorstellen geopperd zijn, (Lage drempels, hoge dijken, 2018) zit het debat over institutionele hervorming al decennia politiek muurvast.

Hoe anders zou het wèl kunnen?

Na de onafhankelijkheidverklaring van 13 Amerikaanse staten in 1776 gericht aan het Britse bestuur ontstond in deze staten[ii] – inmiddels onafhankelijke republieken – een uitgebreid debat over de toekomstige staatsstructuur.
Veel staten kenden al een vergevorderd stadium van republikeins zelfbestuur en bleven het liefste soeverein en onafhankelijk van andere staten. Samenwerking door middel van een statenbond –  confederatie – bleef de eerste jaren van de onafhankelijkheid de meest haalbare vorm.
Deze afspraken werden neergelegd in de Articles of Confederation, een verdrag, dat alleen bij unanieme stemmen van de dertien aangesloten staten te wijzigen was.
Al snel kwamen echter publieke discussies op gang tussen anti-federalisten en federalisten over de vraag hoe het staatsbestel verder vorm moest krijgen. Op het gebied van buitenlandse zaken & handel en defensie waren goede argumenten voor federalisering. Een federale overheid zou door middel van federale belastingen een leger kunnen vormen en onderhouden en betere handelsopties ten opzichte van Engeland, Frankrijk en Spanje kunnen bedingen. Anti-en confederalisten onderkenden de argumenten voor federalisering wel, maar gaven desondanks de voorkeur voor kleine staten met een onafhankelijk en republikeins zelfbestuur, zoals vele staten onder de Britse Kroon de facto al decennia hadden gefunctioneerd.

Wat destijds te doen?
De staten besloten in mei-september 1787 een Conventie uit te roepen in Philadelphia, waar gedelegeerden uit de staten konden spreken en debatteren over de wijziging van het Confederatie-verdrag. Daar veranderden de gedelegeerden de spelregels en de afspraken met hun opdrachtgevende staten: (1) De conventie zou moeten gaan over een geheel nieuwe constitutie van een Unie van Verenigde Staten en (2) niet de confederatie, maar het volk – the people – zou zich in conventies per staat moeten uitspreken over de nieuwe Constitutie, waarbij gold dat deze was aangenomen als 9 van de 13 statelijke conventies akkoord zouden zijn. Een streep dus door het immuniteitsvereiste van wijziging van de Articles of Confederation.
Op 17 september 1787 was de nieuwe constitutie van de United States een feit en begon het proces van ratificering door de dertien statelijke conventies. Was hier een sociaal contract tussen burgers en nieuwe staat geboren?

De Federalist papers
De voornaamste pleitbezorgers van de federale Constitutie, Hamilton, Madison en Jay, besloten de handen ineen te slaan om de publieke opinie te overtuigen van de wenselijkheid van de Constitutie. Ze schreven hierover 85 essays – onder het pseudoniem Publius – die zij in – met name-  New-Yorkse[iii] kranten publiceerden: de Federalist Papers.

Door de artikelen kwam het debat over de nieuwe grondwet pas echt op stoom. De artikelen leverden de intellectuele argumenten van het nieuwe staatsbestel dat een definitieve breuk wilde vormen met Europa: soevereiniteit gebaseerd op de volkswil, zonder referenties aan God, Adel of Koning; gelijkheid en vrijheid voor alle burgers[iv] en een sterke staat om die vrijheid weer enigszins te beteugelen.
Idealisme en realisme bleven hierbij in balans. De burgers zouden hun staten en de Verenigde Staten zelf besturen en hun leiders en vertegenwoordigers zoveel mogelijk kiezen. Die vertegenwoordigers van het volk werden geacht zoveel mogelijk het algemeen belang en het algemeen welzijn van alle burgers te bevorderen. Ze moesten geselecteerd zijn op grond van wijsheid, voortreffelijkheid en gericht op het algemeen belang en welzijn, waarbij toch weer een aristocratisch element het staatsbestel binnenkwam. De trias politica van Montesquieu werd doorgevoerd en een groot aantal checks & balances om de drie machten afzonderlijk niet te machtig te laten worden, bijvoorbeeld het vetorecht van de President, de mogelijkheid van impeachment van de President door het Congres, de macht van de Senaat om de President te overrulen, de benoeming van rechters door de President, de onderlinge afhankelijkheid van het Huis van Afgevaardigden en de Senaat.
Het debat over The Papers tussen federalisten en anti-federalisten leidde tot meer helderheid in de posities en de argumentaties van beide kampen. Federalisten beoogden vrijheid en gelijkheid van burgers onder het gezag van een sterke centrale federale staat. Gemeenschappelijke defensie, belastinginning door de federale staat, bevordering van de commercie en buitenlandse handel waren hun ijkpunten.
Anti-federalisten beoogden onafhankelijke (kleine) staten, met een homogene bevolking en republikeins zelfbestuur, waarbij de landbouw de belangrijkste bron van inkomsten was.
Het debat tussen beide leidde tot belangrijke compromissen die tot op de dag van vandaag relevant zijn. Zo heeft iedere staat een gelijk aandeel in de Senaat (2 leden per staat), die de kleine (toenmalige landbouwstaten) bevoordeelden en zijn de Bill of Rights uit 1791 – als amendementen op de Constitutie van 1787 – een tegemoetkoming geweest aan de anti-federalisten die een sterke staat bleven wantrouwen. Door de vastlegging van een aantal grondrechten bleef het individu beschermd.

Hoewel de Constitutie en de Bill of Rights destijds zijn aangenomen, zijn de tegenstellingen tussen Federalisten en anti-federalisten altijd zichtbaar gebleven. Uiteraard in de burgeroorlog tussen noordelijke en zuidelijke staten van 1861-1865, tijdens de Civil Rights Movement in de jaren zestig van de vorige eeuw en ook in de huidige tijd, waarbij Trump onder meer stem heeft gegeven aan de vele anti-federalisten die het land nog rijk is.

Hoe dan ook, de onafhankelijkheidsverklaring, de Constitutie uit 1787, de Federalist papers van 1787-1788 en de Bill of Rights uit 1791 zijn nog steeds toetsstenen van het staatsrechtelijke debat in algemene zin en het politiek-juridische debat in het bijzonder.

‘We hold these truths to be self-evident, that all men are created equal, that they are endowed by their Creator with certain unalienable Rights, that among these are Life, Liberty and the pursuit of Happiness.–That to secure these rights, Governments are instituted among Men, deriving their just powers from the consent of the governed’

Doordat deze teksten algemene waarden en ideeën uitdrukken inspireren zij velen, zijn het belangrijke rechtsbronnen voor de rechterlijke macht in de staten en Supreme Court en kan iedere burger of groep zich hieraan spiegelen en zich hierop baseren: van Black Lives Matter, de native Americans tot de Trump stemmer uit Iowa.

Dat kan echter alleen goed uitwerken als er common ground is over een gedeelde toekomst. In die zin is elk staatsbestel, constitutie, grondwet en (democratische) regeringsvorm ook een kwestie van geloof. Geloof en vertrouwen bepalen de legitimiteit en daarmee de soepele werking van een staatsbestel. Dit is ook wat historica Jill Lepore betoogt in haar magnus opus: These Truths, 2018.

Betekenis van de Federalist Papers in het hier en nu
De burgers van de onafhankelijk verklaarde staten aan de Oostkust van Noord Amerika bevonden zich in een soort Locke-achtige natuurtoestand. Wij zijn vrij en gelijkEen staat kan nodig zijn om onze rechten van leven, vrijheid en zoeken naar geluk en welzijn te waarborgen, en komt voort uit onze instemming. 
De Federalist papers geven nog steeds uitdrukking aan relevante principes van modern constitutionalisme, ze lezen als frisse beschouwingen over de relatie staat en burger, inspireren en stemmen tot nadenken.

Dat is wat in Nederland mist. Een publiek debat, een brede maatschappelijke discussie over onze Grondwet als tekst en inspiratiebron, de betekenis van het sociaal contract tussen ons, burgers, en onze verhouding tot de Staat en de instituties. Met andere woorden: een goed, consistent, betekenisvol en toekomstgericht verhaal. Daarbij zouden een aantal vragen centraal kunnen staan:
– hoe kunnen we de machtenscheiding en checks & balances binnen de staat verbeteren?
– hoe kunnen we de democratische legitimatie van onze instituties naast het kiesrecht verder uitbouwen?
– wat betekent “gelijkheid” in een meritocratische samenleving?
– hoe leven we met elkaar in een migratiesamenleving?
– wat verstaan we onder algemeen welzijn en welke voorzieningen horen daarbij?
– hoe willen we ons verhouden tot de Europese Unie; hoe maken we de EU democratischer en  legitiemer?

Een staatsbestel is alleen toekomstbestendig en legitiem als de verbinding met de verschillende geledingen van en opvattingen binnen de samenleving intact blijft. Zonder vertrouwen en geloof, geen goed functionerende instituties, geen democratie, geen rechtsstaat.

Het is tijd voor een Nederlandse en moderne variant van de Federalist papers. In Libertair Perspectief zullen we vaker op dit onderwerp terugkomen en de Grondwetblog op www.grondwet.nu komt een verzameling documenten tot stand die lijkt op de Papers. Een initiatief van mensen met een drive voor vernieuwing. Welke ideeën hebben we met elkaar voor een herinrichting van het Nederlandse politieke stelsel en wat voor grondwet hoort daarbij?

Wie denkt met ons mee?

Marco Hofman is docent en onderzoeker bestuurskunde aan de HVA
Hij schrijft dit artikel op persoonlijke titel
Contact: profumo@ziggo.nl.

21 REACTIES

  1. Dat is de sleutel van de rechtsstaat: de wet bindt de overheid maar niet de ‘gewone
    mensen’.

    Bovenstaande quote komt uit het artikel van Frank van Dun. Wetten dienen dus om de bevoegdheden van de overheid te beperken en haar in toom te houden, niet om het volk ‘te knechten’, zoals nu het geval is.

  2. Ik ben een groot liefhebber van Frank van Dun, een reactionaire libertariër, en heb recent zijn tekst uit 2018 gelezen: What did the Reformation Reform? Hij wil eigenlijk terug naar een pre-Reformatie en pre-Westfaalse vrede situatie waar rechters onafhankelijk waren van de staat, die niet werkelijk bestond, en mensen in onderling gesprek, als het ware, tot gedragsafspraken kwamen. Ofschoon de concepten van de rechtsstaat en de Grondwet in een dergelijke setting hun oorsprong vinden, denk ik niet dat het mogelijk zal zijn via een technische wijziging naar die situatie terug te keren.

    Evenmin is de grondwet van de VS een voorbeeld omdat ze daar net zo hard achteruit gaan als bij ons. Bovendien is de Amerikaanse grondwet opgesteld door de founding fathers die, net als hun mede revolutionairen in Frankrijk, de monarchie wilden vervangen door een aristocratische republiek. Vanzelfsprekend met hunzelf als de aristocratische leiders van die republiek. Het is een ordinaire machtsgreep en de vrijheid is er zeker niet op vooruit gegaan.

    Er zal een organisatie van eigendomsbescherming moeten zijn, maar deze kunnen geen wetten maken. Evenmin kunnen ze rechtspreken. We hebben gezien dat de trias politica naar elkaar toegroeien en in elkaar overvloeien zodra ze met afgeperst geld gefinancierd worden en er bovendien geen concurrentie is tussen de aanbieders, noch vrije keuze tussen de afnemers, waardoor, tot overmaat van ramp, de kwaliteit afneemt bji stijgende kosten. Kun je deze taken privatiseren en elkaar laten beconcurreren? Wellicht. Wellicht kun je het al automatiseren en via een app de services per maand uitkiezen?

    • Voor het beschermen van eigendomsrechten is een goede rechtsorde noodzakelijk, maar er is geen enkele reden waarom de overheid die moet verzorgen. Beschermings- en recherchediensten kunnen beter in concurrentie door commerciële dienstverleners worden aangeboden. Hetzelfde geldt voor rechtspraak en mediation, evenals het gevangeniswezen en de reclassering. O.a. David Friedman en Stefan Molyneux hebben hier het nodige over geschreven.

      De wetgeving zelf, dwz hoe om te gaan met eigendomsrechten, is alleen een zaak van de desbetreffende eigenaren. Dat betekent, dat wetten op de vrije markt tot stand komen en lokaal sterk kunnen verschillen.

  3. Zo’n grondwet project zal best een aantal mensen tot nadenken en bewustwording bewegen, maar zijn jullie niet bang dat welke aanpassing van de grondwet dan ook, die als WC-papier door de EU wordt gebruikt?

    • Ik zie het als een alternatief, dat door een minderheid kan worden nageleefd, en zich weert tegen pogingen van “de” overheid zo’n onafhankelijke beweging de kop in te drukken. Ik zie wel wat in parallelle samenlevingen en parallelle “overheden” die met elkaar in concurrentie staan. Het recht op secessie kun je m.i. best wel zelf nemen, dat kun je individueel door “je eigen gang te gaan” maar ook als gelijkgestemde groep, dat kun je zelfs “natie” gaan noemen en een beroep op het zelfbestemmingsrecht van naties doen, zoals indianen, inuit en Roma/Sinti. Een “libertair sociaal contract” kan daarvoor als “bindend” element dienen. Je zou bijvoorbeeld kunnen beginnen met het voorzien in organisaties die doelbewust de overheid gaat beconcurreren, zoals privéscholen, privéklinieken, privé-pensioenvoorzieningen, en vervolgens je los te maken van de oplossingen die de overheid daarvoor biedt, en je er ook geen belasting meer voor betaalt. Daar zal wel wat juridisch “Gerangel” over ontstaan maar ik ben ervan overtuigd dat zodra de regering het overheidsmonopolie zou willen doorzetten ze daar dan geweld voor zou moeten gebruiken, en dat gaat niet gauw gebeuren. Bedenk dat er nu nog steeds “streng protestante” Nederlanders zijn die geen WA-verzekering hoeven te hebben en toch auto rijden, en ook geen ziektekostenverzekering.

  4. Van Dun is niet alleen een zeer bekwame rechtsfilosoof, hij werd door zijn collega’s op de universiteiten van Gent en Maastricht als een wandelende encyclopedie beschouwd.

    Hij hield in 2009 al eens een lezing over democratie en rechtsstaat voor o.a. democratie.nu en workforall.org.

    Daarin gaat hij in op waarom we nu niet in een rechtsstaat leven en waarom een rechtsstaat en democratie niet verenigbaar zijn. Hij komt met een uitleg over hoe een minimale rechtsstaat dan wel ingericht kan worden, zonder dat daarbij de (natuurlijke) rechten van mensen geschonden worden.

    Zie:

    https://adoc.pub/overheid-zonder-recht-recht-zonder-overheid-over-democratie-.html

    (In de 2e stap even aanvinken dat je geen robot bent om het document te kunnen downloaden)

  5. @Harold
    Dank voor de link. Heb het stuk met veel plezier gelezen.
    Ik denk niet dat we er op korte termijn naar terug kunnen keren omdat een afvaardiging in disctricten een zekere morele homogeniteit veronderstelt per district, wat meestal overeen komt met culturele homogeniteit. Er zal eerst een volksverhuizing moeten lpaatsvinden vooaleer die terugkeert.

    • @Youp. Culturele homogeniteit is inderdaad erg belangrijk voor een stabiele samenleving. Daarom opteer ik ook voor decentralisatie van macht (naar provinciaal en daarna of meteen naar gemeentelijk niveau) en secessie als eerste stap naar meer vrijheid. In lijn met de voorstellen van Hans Hermann Hoppe, die een wereld voorstaat van duizenden politiek autonome stadsstaatjes, vergelijkbaar met bv Andorra, Liechtenstein en Monaco. Met de mogelijkheid tot secessie op gemeentelijk niveau, zoals in Liechtenstein nu al mogelijk is.

      Ik denk dat een lappendeken van kleinere samenlevingen het stemmen met de voeten sterk zal vereenvoudigen, waardoor mensen sneller in de gelegenheid zijn om te verhuizen naar een samenleving die (politiek) beter bij hen aansluit. Door de enorme onderlinge concurrentie tussen deze saenlevingen, kunnen de overheden ervan het zich veel minder makkelijk permiteren om draconische en dictatoriale maatregelen te nemen. Dat alles komt de stabiliteit van het vreedzaam samenleven in zijn geheel ten goede.

      Het scheelt nogal wat of je van bv Utrecht naar Breda of Amersfoort moet verhuizen of dat je moet emigreren naar het buitenland of zelfs naar een land buiten de EU om te vluchten voor de overheid.

      • Ja, Hoppe’s vb leunt zwaar op de situatie in christelijk Europa, mogelijk al na de Reformatie, maar wel nog steeds een diep christelijk Europa. Dus met een flinke morele overlap tussen elkaar beconcurrerende streken en stadstaten. Nu is er meer morele diversiteit. Het probleem van kleine entiteiten is dat ze op enig moment veroverd worden, of, toendertijd nog via het huwelijk, geannexeerd worden en zodoende opgeslokt worden in een groter geheel. Zolang er geen defensiemechanisme is tegen een grotere entiteit, zullen de kleine, gedecentraliseerde politieke entiteiten niet lang bestaan.

        Bovendien, hoe denk je in die situatie te geraken? Momenteel zitten we op het globaliseringstraject van de EU, de VN (in al haar gedaantes) en alle westerse regeringsleiders die nu vol inzetten op een wereldregering, of dan toch iets wat daar in de buurt komt, met verregaande controle. Kortom: een politiestaat. Het globaliseringsexperiment zal eerst met een donderend geraas in elkaar moeten klappen, wat niet onmogelijk is, vooraleer je aan alternatieven kunt beginne.

      • Harold,

        Daar is al sinds de 19e eeuw een oplossing voor: panarchie.
        Ramsey Dukes legt het hier uit:
        https://www.youtube.com/watch?v=gaDknbtneVo&t=1s
        __________
        “My panacea, if you will allow this term, is simply free competition in the business of government. Everyone has the right to look after his own welfare as he sees it and to obtain security under his own conditions. On the other hand, this means progress through contest between governments forced to compete for followers. True worldwide liberty is that which is not forced upon anyone, being to each just what he wants of it; it neither suppresses nor deceives, and is always subject to a right of appeal. To bring about such a liberty, there would be no need to give up either national traditions or family ties, no need to learn to think in a new language, no need at all to cross rivers or seas, carrying the bones of one’s ancestors.
        It is simply a matter of declaration before one’s local political commission, for one to move from republic to monarchy, from representative government to autocracy, from oligarchy to democracy, or even to Mr. Proudhon’s anarchy – without even the necessity of removing one’s dressing gown or slippers.”
        ~ Paul-Emile de Puydt (1860)

  6. Wetten zijn gedragsregels die alleen door eigenaren of door hen gemachtigde zaakwaarnemers aan anderen kunnen worden opgelegd. En dan nog uitsluitend voor zover het om het desbetreffende eigendom gaat. Denk hierbij aan de huisregels als iemand zich in je huis bevindt of op jouw grond, of contractafspraken als je bij een zakelijke deal eigendommen met elkaar uitwisselt. 🥰

    De overheid ziet zich gewoonlijk als zaakwaarnemer van alle burgers van een land, maar dat zou een algemeen en onbeperkt mandaat van alle eigenaren in dat land vereisen, aangezien voortdurend overleg in individuele gevallen onwerkbaar zou zijn. Zo’n mandaat is nooit ergens expliciet gegeven, maar men veronderstelt een ‘sociaal contract’ op basis waarvan bijv het betalen van belasting kan worden afgedwongen. 🤑

    In de praktijk gedraagt de overheid zich alsof zij de feitelijke eigenaar is van alle eigendom in een land, inclusief het eigen lichaam van burgers. Zo kan de overheid eigendommen van burgers in beslag nemen, grond onteigenen en burgers van hun vrijheid beroven, zonder dat daar een feitelijk en rechtmatig mandaat tegenover staat. 😝

    Een goede grondwet geeft duidelijk aan waar de grens ligt van dat sociaal contract en dus welke inbreuken de overheid op het individuele eigendomsrecht kan maken. 😎

    Een libertarische grondwet zou geen enkele inbreuk toestaan. De overheid zou dan genoodzaakt zijn om de instemming te krijgen van iedere individuele eigenaar die bij een bepaalde beleidsbeslissing is betrokken. De kans is groot dat in zo’n geval de burgers tegen de overheid zeggen: laat maar, wij regelen onze zaken zelf wel. 😁

    • Het is een fout te denken dat moraliteit en daarmee ethiek en daarmee gedragsregels een strikt individuele aangelegenheid zouden zijn. Mensen zijn sociale wezens. We leven met elkaar, werken samen, praten, lachen en maken ruzie met elkaar. Bovendien is lang niet iedereen in staat om zijn eigen moraliteit te ontwerpen of heeft daar domweg geen zin in. Ik ben bekend met Rothbard en andere anarcho-kapitalisten. Maar het is domweg niet mogelijk om elkaar samen te leven als vrouwen, homoseksuelen en mannen zowel gelijke als ongelijke rechten hebben, als we zowel aan de linkerkant als aan de rechterkant van de weg rijden, als we zowel alle inkomsten moeten afstaan als alles zelf kunnen houden. Realistischer is de vroeg-christelijke situatie zoals beschreven door van Dun in oa: What did the Reformation Reform?

      • Youp,

        Al de problemen die je noemt, worden opgelost door het eigendomsrecht als uitgangspunt te nemen. Dat is de enige moraliteit die je als samenleving nodig hebt. Ieder mens heeft als eigenaar van het eigen lichaam zelfbeschikkingsrecht en recht op de vruchten van de daarmee verrichtte arbeid. Niemand anders heeft daar zonder jouw toestemming recht op, je familie niet, de buren niet en de overheid niet.

        Of je links of rechts over een weg rijd, bepaalt de eigenaar van die weg of diens gemachtigde zaakwaarnemer. Verder heeft niemand daar iets over te zeggen. Mensen mogen dan wel sociale wezens zijn, dat doet niets af aan het feit, dat een mens eerst en vooral een uniek en zelfstandig individu is, die verantwoordelijk is voor het eigen leven en niet voor het leven van anderen.

        Onze nationale geluksprofessor Ruut Veenhoven heeft meer dan 30 jaar wereldwijd onderzoek gedaan naar de geluksbeleving van mensen. Hieruit is onomstotelijk komen vast te staan, dat puur van wege de sociale druk mensen in wij-culturen ongelukkiger zijn dan in ik-culturen. Het staat zelfs los van welvaart. Zo zijn rijke Japanners veel ongelukkiger dan arme Amerikanen uit het zuiden van de VS.

      • @Peter de Jong
        Ik ben bekend met je uitleg.
        Ik zal proberen een wat langer stuk te tikken om een en ander te verduidelijken.

      • @Youp. Hoewel ik ook de kant van Van Dun kies, wil ik Rothbard niet meteen aan de kant schuiven.

        In de westelijke territoria van de Verenigde Staten waren er gedurende de 19e eeuw veel samenlevingen die zo goed als anarchistisch waren. En het waren inderdaad eigendomstechten (waar Van Dun ook gewoon een voorstander van is) die voor stabiliteit zorgden. Mij schiet het werk “The not so wild wild west: property rights on the frontier” van Anderson & Hill te binnen.

        Van Dun verwijst ook naar deze periode in zijn werk “Lokale publieke goederen en publieke voorzieningen”, een hoofdstuk uit een werkboek voor het vak metajuridica als ik me niet vergis.

        “Vooral maar niet alleen in de kernlanden van de negentiende-eeuwse ontwikkeling,
        Groot-Brittannië en de Verengde Staten, ontstonden talloze verenigingen. Zij bevorderden liefdadigheid, onderlinge bijstand, politie en onderwijs. Zij hielden zich bezig met de aanleg of oprichting en het onderhoud van lokale publieke goederen en diensten en andere werken ‘tot nut van het algemeen’ (parken, verharde wegen, rioleringen, straatverlich-
        ting). In de westelijke territoria van de Verenigde Staten van Amerika was er nauwelijks sprake van een politieke overheid. Daar was vrijwel alleen het privé-initiatief verantwoordelijk voor ‘recht en orde’, onderwijs, ziekenzorg, stadsontwikkeling, energie- en
        watervoorziening, publiek vervoer, postbedeling en telegrafie en dergelijke.”

      • @Youp,

        Graag. Stuur eens een artikeltje in, dan discussiëren we daaronder verder. Er wordt m.i. veel te weinig gedaan aan de ontwikkeling van het libertarische gedachtengoed. Er bestaan veel interessante stromingen t.a.v. individuele vrijheid, maar er is helaas weinig kruisbestuiving.

      • @Harold,

        De essentie van publieke goederen en diensten is, dat deze per definitie niet door de vrije markt kunnen worden verzorgd, vanwege het free-rider probleem. Het gaat er dan om dat je mensen die er niet voor betalen niet kan verhinderen er toch gebruik van te maken. Denk bv aan een vuurtoren als lichtbaken voor de scheepvaart, analoge radio- en tv-uitzendingen, of een vuurwerkshow die op grote afstand nog zichtbaar is. Ook groepsimmuniteit valt er onder, want die beschermt ook niet-gevaccineerden, en een leger, dat alle inwoners van een grondgebied beschermt of ze daarvoor nu hebben betaald of niet.

      • @Harold,

        Met enige creativiteit is er vaak nog wel een oplossing te bedenken voor het free-rider probleem, zeker met toepassing van moderne digitale technieken. Er zijn echter ook een aantal belangrijke publieke goederen en diensten die oorspronkelijk door de vrije markt werden aangeboden (je noemde daar al voorbeelden van) maar die later toch collectief werden gefinancierd.

        Een bekend voorbeeld is de MRB. Begin vorige eeuw hadden we in NL overal tolwegen. Als je als automobilist een langere reis maakte, moest je vaak tol betalen. Om dit te vergemakkelijken, heeft de ANWB toen zelf voorgesteld om een wegenbelasting in te voeren. Sindsdien wordt die echter voor veel meer gebruikt dan alleen het wegonderhoud. Met de invoering van het rekeningrijden probeert men weer enigszins terug te keren naar de oorspronkelijke situatie. Dat gaat natuurlijk het beste door ons wegennet weer te privatiseren en automatische tolpassen te gebruiken.

  7. Een wet zou nu(in deze vreselijk gevaarlijke tijd) pas doorgang moeten hebben na goedkeuring ervan door het complete volk. En wel met dien verstande dat als er één (1) stem van een stemgerechtigde tegen die wet is, hoe goed bedoeld ook, deze niet door gaat.
    Zo houdt men als volk de overheid in de tang.

    De oudere wetten gemaakt door onze voorgangers zijn niet slecht. Ze worden alleen niet meer onderhouden. Het Christendom als richtsnoer hebbend bijvoorbeeld, zoals deze in Duitsland eeuwenlang de volksgodsdienst was, schijnt heel fijn voor de bewoners geweest te zijn. Vrede en Rechtvaardigheid, rust en plezier waren er, zegt men.

    Vóórdat de anderen die vrede en rust kwamen verstoren was het een fijn land. En dan nu weer die zakenmensen die het land nog meer willen verstoren. Blijkbaar hebben sommigen iets tegen die mensen?

    Tirannie is niet fijn. En die lijkt nu op komst. De weinige rechtvaardigheid die er was schijnt stukje bij beetje ondergraven te worden. Of het nu is met import van vreemdelingen, of met een ‘pandemie’ of met 5G, de lessen op de scholen, de universiteiten, de eenzijdige wan-berichtgeving door de media, de televisieprogramma’s, het ‘internet’ álles is onderhevig aan een soort morele hyperinflatie. Leugens, vertrouwen-beschaming, roddel en achterklap, misleiding, energie-crisis, CO2-crisis, banken-crisis, corona-crisis, infantiele bomenkap, verharding politie en boa’s, inzet leger. Het wordt steeds gekker en gekker. Men stuurt blijkbaar de richting van de narigheid op.

    We hebben nu even een noodrem nodig. Stoppen.

  8. Als mensen die op een stuk grond wonen vrijwillig besluiten om op bepaalde terreinen samen te werken, simpelweg omdat ze er allemaal voordeel bij hebben, dan noemen we dat een vrije markt. In principe is daar geen overheid bij nodig. Of het nu gaat om voedselvoorziening, gezondheidszorg, huisvesting, onderwijs, maar ook sociale zekerheid, infrastructuur, rechtshandhaving en defensie, alles kan in principe op vrijwillige basis worden geregeld.

    Pas als bepaalde noodzakelijke activiteiten niet economisch kunnen worden uitgevoerd (bv door het optreden van veel free-riders) dan moet men overwegen toch af te zien van zo’n activiteit of anders te kiezen voor een afgedwongen financiering. Dit laatste is een typische taak van de overheid, nl een monopolistische organisatie die met geweld de mening van een deel van de mensen in het gebied kan opleggen aan de rest.

    Om de mate van geweld zo beperkt mogelijk te laten zijn, zijn er bestuursstructuren bedacht die de instemming van zoveel mogelijk betrokkenen regelen, zoals beslissen bij democratische meerderheid (unanimiteit zou natuurlijk beter zijn, maar niet erg praktisch).

    Is zo’n systeem eenmaal in werking dan kan bij meerderheid worden besloten om ook commercieel haalbare activiteiten door de overheid te laten uitvoeren (sociaal-democratie). Men kan zelfs besluiten om de overheid ALLE denkbare activiteiten te laten uitvoeren (communisme),

    Het enige dat een grondwet in een democratie dus moet borgen is de zwaardmacht van de overheid en de regels van het democratische proces. Het is principieel verkeerd als de grondwet zou verhinderen dat een democratie zichzelf opheft en bijv verandert in een communistische of fascistische dictatuur als dit volledig volgens de regels van de rechtsstaat gebeurt.

    De enige moreel juiste keuze is echter volledig af te zien van welke overheidsdwang dan ook.

Comments are closed.