Doe mij maar democratie, maar dan democratie, in de pure, natuurlijke zin van het woord.
Hoewel de gangbare interpretatie hier niet naar is, is democratie eigenlijk een uitermate individualistisch begrip.
In Nederland pretendeert de staat een zuiver democratisch systeem te zijn. Echter in het woord “staatsdemocratie” schuilt een grote contradictio in terminis;
Immers worden politici in Nederland door de meerderheid en dus niet door het héle volk gekozen. ‘Demos”Krates’ ofwel ‘macht aan het volk’ duidt op het gehele volk en in dit woord zit geen enkel element van meerderheidsmacht.

In alle eerlijkheid, de eerste democratie in Athene was ook gebaseerd op een meerderheidssysteem maar dat neemt niet weg dat dit niet conform de naam democratie was (en is). Deze democratie was overigens al een aanzienlijk wenselijkere dan de onze;
Partijvorming was uit den boze, als één persoon teveel macht kreeg kon deze de polis uitgewezen worden via het ostracisme (schervengerecht). Duidelijk, vooral uit het laatst genoemde element van de klassieke democratie, blijkt dat de grondleggers van de democratie aanzienlijk minder feodaal en goed van vertrouwen waren dan de blinde participanten van de moderne democratie.

Als de Nederlandse democratie dichter bij de klassieke was gebleven, was dit al aanzienlijk beter geweest dan de huidige wanvertoning die haar fundamenten, proclameert te vinden in de leer van Rousseau en zijn ‘sociaal contract’ (overigens was het sociaal contract ook een rip-off en was Thomas Hobbes al eerder met dit idee gekomen).
Ook de democratie volgens Rousseau is eigenlijk niet geloofwaardig als basis van de onze;
Rousseau stond tenminste nog een directere democratie dan de Nederlandse voor met minder van die zogeheten ‘representativiteit’.

Toch, feit blijft dat elke vorm van zogeheten ‘staatsdemocratie’ verwerpelijk is, zij het dat hoe verder je in de tijd teruggaat de democratie beter lijkt te worden.
Neen, er is in werkelijkheid maar één ware, ultieme democratie: de vrije markt.
In de vrije markt kan álles, en niet alleen hetgeen de meerderheid wil. Belangrijker nog, in de individuele wensen van de consument (demos) kan parallel en afzonderlijk worden voorzien.

Als vier van de tien mensen een leger willen en zes niet, komt er in een staatsdemocratie geen leger. Echter als deze zelfde vier mensen in een vrije-marktdemocratie beveiliging willen, zullen zij weliswaar meer moeten betalen dan wanneer zij met meer zouden zijn, maar ze zouden wél hun beveiliging krijgen. (Of deze vier meer moeten betalen is uiteraard van meer factoren dan slechts de vraag afhankelijk maar het principe blijft hetzelfde) M.a.w.: De vrije markt is een uitermate democratisch fenomeen; sterker nog, de vrije markt is de énige ware democratie.

Hetzelfde principe gaat op voor liefdadigheid. In Nederland wordt de burger momenteel gedwongen tot liefdadigheid in de vorm van het sociale stelsel en in de vorm van geld dat uiteindelijk, ongevraagd, bij ontwikkelingshulp terechtkomt.
Dit alles gebeurt, volgens moedertje overheid, onder het mom van democratie.
Echter, wat moedertje overheid werkelijk stelt, is dat de ‘meerderheid’ hiervoor is, en dus niét het volk, de ‘demos’; schijndemocratie dus!

Laten we het vrije-marktscenario op de liefdadigheid los, kunnen de volgende dingen gebeuren:
1. Een groot deel van de consumenten is vóór liefdadigheid en geeft hier dus, uit eigen initiatief, geld aan en dientengevolge blijft de liefdadigheid bestaan.
2. Slechts een klein deel van de consumenten is vóór liefdadigheid, deze liefdadigheid wordt dientengevolge duur en men moet de afweging maken of de liefdadigheidspraktijken nog wel financieel wenselijk zijn.
A. de afweging is ten faveure van liefdadigheid en, tegen hoge kosten blijft de liefdadigheid bestaan.
B. het wordt de consument te duur om aan liefdadigheid te doen en dus moet eenieder zijn spreekwoordelijke boontjes voorts doppen.

In scenario 1 participeert een groot deel van de consumenten aan wel een of ander vorm van liefdadigheid maar is tevens voor hen die dit niet willen, ook al zijn zij in de minderheid, de mogelijkheid aanwezig om niet aan liefdadigheid te doen.

In het tweede scenario wordt gedemonstreerd hoe de levensvatbaarheid van een product afhankelijk is van de vraag en de prijs.

Beide scenario’s hebben één ding in gemeen: ze zijn legitiem en wérkelijk democratisch.
Dit in schril contrast met de wanvertoning waarmee wij in Nederland te maken hebben.

Toch heeft de vrij-marktdemocratie één belangrijk element in gemeen met de staatsdemocratie. Namelijk het feit dat het leeuwendeel van de consumenten dan wel kiezers de intellectuele eigenschappen van een ezel lijkt te aspireren.
En, hoewel het jammer is dat we met dit verschijnsel te maken hebben, komt hierdoor wel mooi naar voren hoe het equilibrium van elke samenleving in elkaar zit.

De grofweg 60 % van de bevolking die amper de klittenband op de schoenen kan hanteren zit voor een groot deel in de mindere inkomensgroep. De overige 40% zit logischerwijs in de betere inkomensgroep. De 60% heeft een vraag naar producten die bij de overige 40% vaak minder in trek zijn; daarom is het vaak duurder om aan de vraag van de 40% te voldoen dan aan die van de 60%. Dit geldt voor zowel de consument als voor de aanbieder.
Om dit verschijnsel samen te vatten: de 60% heeft minder geld om in zijn goedkopere vraag te voorzien en de 40% heeft méér geld om in zijn duurdere vraag te voorzien.
Het is om de voorgenoemde reden dat een vrije-marktsysteem niet per se vóór de rijken en tégen de armen is; in tegendeel, er ontstaat juist een kapitalistisch evenwicht of ‘equilibrium’.

Wat kunnen we concluderen?
– Nederland is een democratische farce.
– De enige wáre democratie is de vrije markt.
– En niet de vergeten: de vrije markt is er niet voor de rijken maar voor een economisch natuurlijk evenwicht.

PS: aan alle politici en andere zelfgekroonde godheden: bij dezen de uitdaging om te bewijzen dat het sociale stelsel werkelijk democratisch is: laat het aan de vrije markt over!

36 REACTIES

  1. [28] Owl,

    Nou paus ben ik niet, ik heb gewoon altijd gelijk 🙂

    De echte paus is trouwens uiteraard Pius XIII ( wwww.truecatholic.org ).

    Ik heb nog gecorrespondeerd met een kardinaal van deze paus.

    Groetz,

    Cincinnatus.

  2. [32] Huub,

    Het was een nogal technische gedachtenwisseling over kerkrecht
    toegepast op sevacantisme en over de vraag waarom Pius XIII de rechtmatige paus was en niet bijv Michaël I (met wie ik ook heb gecorrespondeerd).

    Grappig was dat Gordon kandinaal Bateman zich op een gegeven moment vergistte en een enkel voor Pius XIII
    bedoeld document per ongeluk naar mij
    forwardde : de message was iets in de trant van : Eindelijk es iemand die serieus geïnteresseerd is maar dan blijkt het een whiner te zijn die maar blijft doorzeuren met z’n vragen….

    Uiteraard behoorlijk genant toen kardinaal Bateman merkte dat hij zich vergist had 🙂

    http://en.wikipedia.org/wik

    http://en.wikipedia.org/wik

    Ik vond de zaak wel interessant en m.i.
    hebben lui als Pius XIII een goed punt…de RK-kerk van voor Vaticanum II en die van nu, zijn in doctrine behoorlijk verschillend.

    Groetz,

    Cincinnatus.

  3. [30]
    Owl,
    Uiteraard moet zo’n klassiek-liberale grondwet heel beperkt zijn. En ook ik heb alleen maar wat losse ideeen geventileerd.
    Maar zolang er nog geen concrete draft grondwet bestaat, dat op genoemde beginselen is gebaseerd, blijft de staat een onmenselijk en voortwoekerend gedrocht.

    Henri heeft ooit uitgelegd, waarom het positieve recht nooit tot een stabiel systeem, dat de vrijheid garandeert kan leiden. Hij stelt voor het positieve recht door het negatieve (natuurlijk) recht te vervangen. Maar uiteraard moet men oppassen niet het kind met het badwater weg te gooien.

    Citaat: "Ik zie zelf, tenzij er ineens wel een liberale partij zou zijn die een liberale grondwet in het vooruitzicht stelt, meer iets in een soort directe consensus-democratie. Waarin alleen die dingen verboden of verplicht zijn bij wet, als de bevolking in overgrote meerderheid ervoor heeft gestemd per referendum." Einde citaat.

    Ik zie zo’n liberale partij of liever "beweging", mits hij voldoende draagvlak heeft, als enige weg om een draft grondwet tot stand te brengen.

    Verder kun je m.i. ook niet onder een beperkte aan de strenge grondwet gebonden -wetgevende- volksvertegenwoordiging uit. Die wetgeving wordt dan achteraf getoetst door de onafhankelijke rechter.

    Jury-rechtspraak en allerlei andere "vertegenwoordigingen" leidt, zoals je m.i. terecht opmerkt, tot populisme en derhalve -zeker op langere termijn- tot ongelukken.

    Kortom, ik denk, dat we het -vooralsnog ?- hierover in grote lijnen erg eens zijn. 🙂

    Hoewel ik er graag nog veel dieper op in zou willen gaan, zou ik het op dit moment hierbij willen laten. Bij een volgende gelegenheid kan ik er wellicht verder op doorgaan.

    Groet, Harry

  4. [33] [slik]
    Nooit gehoord van al die luitjes….

    Wat is de issue, wat is het dispuut tussen de twee?

    -Als de 1 onfeilbaar is en de ander niet, dan had het pleit allang beslist moeten zijn.
    -Als ze beide feilbaar zijn, dan is het een gewone stervelingenkwestie en kunnen jij en ik er nog iets mee.
    -Als ze beide onfeilbaar zijn, dan … nee dat kan niet. Ze zijn het namelijk oneens.

    Ik denk Cin, dat wij ons er tegenaan moeten bemoeien. Een jurk over dat hoofd en erop af!

    Huub

  5. [35] Huub,

    Michaël I en Pius XIII zijn het er beide over eens dat de Heilige stoel vacant was (sedevacantisme) sedert 1958
    omdat de latere Johannes XXIII zou in de jaren ’30 tot de vrijmetselarij zou zijn toegetreden en daarmee automatisch ge-excommuniceerd volgens een beslissing van Pius IX en dus geen
    paus kon zijn en geen concilie bij elkaar kon roepen.
    Beiden zijn het erover eens dat Vaticanum II een onrechtmatig concilie was en ketterij de kerk heeft binnen gebracht (vgl met de mening van Marcel Lefevre), beiden menen dat de kerk
    niet zonder paus mag blijven waarna een hanvol trouwgebleven pre-vaticanum katholieken in 1990 Michaël en in 1998
    Pius XIII kozen…Pius erkende Michaël niet omwille van bepaalde kerkjuridische redenen enz….

    Naast deze beide heren zijn er nog andere claimanten (ik telde er in 2003
    maar liefst 17) maar die zijn nog minder bekend (behoudens de recent overleden Gregorius XVII http://nl.wikipedia.org/wik… ).In Brussel schijnt er ene paus Silvanus te zijn (die wil ik es bezoeken).

    Verder merk ik dat je de doctrine van "pauselijke onfeilbaarheid" niet goed verstaat 🙂

    Groetz,

    Cincinnatus

Comments are closed.